Studie Stijn Baert wijst uit: “De taalgrens blijkt een grens inzake werkloosheid”

Uit eerder onderzoek van de UGent bleek reeds dat 1,3 miljoen Belgen tussen de 25 en 64 jaar noch aan het werk noch op zoek naar ’n baan. Nu maakte Stijn Baert op basis van gegevens op provincieniveau een nieuwe, diepgaandere analyse van de arbeidsmarktprestaties. Een analyse met – voor sommigen van ons – weinig verrassende resultaten. De studie stelt dan ook uitdrukkelijk: “De taalgrens blijkt een grens inzake werkloosheid: in alle Vlaamse provincies is het percentage uitkeringsgerechtigde werkzoekenden onder de 25- tot 64-jarigen lager dan in om het even welke Waalse provincie.”

Onder de Vlaamse provincies – en dus voor heel België – is Oost-Vlaanderen echter de kampioen: de werkzaamheidsgraad is er het hoogst, zowel voor mannen en vrouwen samen als voor beide geslachten afzonderlijk. Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen zijn over het algemeen de twee volgenden, gevolgd door Antwerpen en Limburg. Inderdaad, Oost-Vlaanderen is de enige provincie die de politieke ambitie van een werkzaamheidsgraad van boven de 80% waar maakt. De federale plannen om in heel België dat niveau te halen is daarentegen nog veraf. Vooral dan in Wallonië waar de best scorende provincie (Waals-Brabant) nog 4,4% onder deze norm zit en de slechtst scorende (Henegouwen) maar liefst 15,5%. Dit staat in scherp contrast waar zelfs het minder goed scorende Limburg slechts 5,1% verwijderd is van dit doel. Uiteraard zijn er dus verschillen tussen de Vlaamse provincies onderling, doch zoals reeds gesteld doen de Waalse provincies het algemeen genomen minder goed dan de Vlaamse – die ook minder vaak slechter scoren dan het EU gemiddelde.

Voor het AK-VSZ en zovelen anderen wederom reden te meer om de staatsstructuur aan te passen aan de socio-economische realiteit van het land: geef Vlaanderen en Wallonië de hefbomen om te werken aan hun eigen problematieken op de door hun gekozen manier!

Voor meer details en de volledige studie kunt u hier terecht.

Wetsontwerp Vandenbroucke inzake artsencontigentering blijft in het vage!

1997: Franstaligen en Nederlandstaligen sluiten een federaal akkoord af met betrekking tot het aantal artsen dat in de toekomst een Riziv-nummer zal krijgen. Dit is de zogenaamde contingentering. Vlaanderen schikte zich meteen netjes naar deze afspraak en organiseert een ingangsexamen zodat de studenten na een lange, zware studie de garantie hebben aan de slag te kunnen. De Franstaligen daarentegen… zij keken liever de kat uit de boom. Met hun ‘système de lissage’ hebben ze al meermaals een voorschot genomen op de toekomstige Riziv-nummers, met als gevolg dat er momenteel meer dan 1.500 Riziv-nummers in overtal aan Franstalige afgestudeerde artsen en tandartsen zijn uitgereikt. Of 30 % meer Franstalige artsen actief in verhouding tot de bevolkingsaantallen en zelfs 43 % meer specialisten dan in Vlaanderen!

2022: Minister Frank Vandenbroucke tracht dit dossier op te lossen, MAAR:

  • Uit de tekst en de voorgestelde communautaire verdeelsleutel van de artsenquota kan niet opgemaakt worden welke communautaire verdeelsleutel de Planningscommissie in de toekomst zal hanteren voor de verdeling van de artsenquota.
  • Het verschil in ‘activiteit’ van de artsen in beide gemeenschappen wordt blijkbaar volgens de tekst gebruikt om de klassieke 60 N/40 F bevolkingssleutel te wijzigen, doch het gewicht van die parameter en van andere parameters wordt nergens vermeld.
  • Uit de tekst en de voorgestelde communautaire verdeelsleutel wordt evenmin duidelijk of het opgebouwde overtal Franstalige artsen zal gecompenseerd worden door een even grote vermindering van Riziv-nummers in de toekomst.

Aangezien die twee ontbrekende elementen de criteria zijn waarmee wij een rechtvaardige verdeling van de artsenquota kunnen beoordelen, ontbreekt voor de Vlamingen de basis om dit wetsontwerp gunstig te kunnen beoordelen.

Het valt ons bovendien op dat de Raad van State in zijn advies op p. 30 een merkwaardige zin schrijft: “2. De afdeling Wetgeving beschikt niet over toereikende feitenkennis om de relevantie te kunnen beoordelen van de gegevens die vervat zijn in de formele adviezen 2022-01 en 2022-04 van de Planningscommissie, die als basis gediend hebben voor het bepalen van de quota die in de artikelen 5 en 6 staan en kan bijgevolg niet oordelen of het gehanteerde aantal wel strookt met de behoeften inzake medisch aanbod. Ter zake moet de afdeling Wetgeving dan ook een voorbehoud formuleren.”

Door dit gemis aan transparantie kunnen we enkel maar onze eis herhalen om de volledige gezondheidszorg te communautariseren. Dat is immers de enige garantie op rechtvaardigheid, eigen verantwoordelijkheid én een gezondheidsbeleid op maat.

AK-VSZ voorzitter Jürgen Constandt krijgt Orde van de Vlaamse Leeuw

Op 1 juli reikte de Orde van de Vlaamse Leeuw, een Vlaamse vereniging opgericht in 1971, in Aalst het gelijknamige ereteken de Orde van de Vlaamse Leeuw uit. Burgemeester Christoph D’Haese verwelkomde de talrijke aanwezigen in de Stadsfeestzaal

Laureaat van de Orde van de Vlaamse Leeuw 2022 is Jürgen Constandt. Prof. Matthias Storme, voorzitter van de Orde sinds 1998, overhandigde hem het zilveren plaquette. In zijn laudatio lichtte Storme eerst toe dat de Orde van de Vlaamse Leeuw sinds 1971 jaarlijks wordt toegekend ter erkenning van verdiensten in verband met een consequente en kordate houding in de sociale en culturele ontvoogding van de Vlaamse gemeenschap, prestaties die de integratie van de Nederlanden bevorderen naast acties en initiatieven met het oog op de uitstraling van de Nederlandse taal en cultuur.

Prof. Storme motiveerde de keuze voor Jürgen Constandt. Als algemeen directeur bouwde Constandt het Vlaams & Neutraal Ziekenfonds (VNZ) van een kleine speler met ca. 10.000 leden en 20 medewerkers constant verder uit tot een bloeiende organisatie met bijna 130.000 verzekerden en 150 personeelsleden. In de lente van dit jaar werd hij voorzitter van de mutualiteit die als enige in Vlaanderen jaar na jaar de scheefgroei tussen Noord en Zuid in de sociale zekerheid aankaart en aanklaagt. Dat doet hij ook als voorzitter van het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid. Bovendien steunt de laureaat in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen met het VNZ talrijke initiatieven ter ondersteuning van de Nederlandse taal en de sociaal-culturele ontvoogding van Vlaanderen.

Storme vestigde de aandacht op het dubbel spoor dat Jürgen Constandt steeds heeft gevolgd, namelijk:

– zowel een strijd voor de verandering van de structuren en de bevoegdheden, in het bijzonder voor een Vlaamse sociale zekerheid, en meer algemeen voor een volledige Vlaamse autonomie; – als een intussen zover mogelijk roeien met de riemen die je hebt, binnen de bestaande structuren werken om deze om te buigen in de juiste richting en in te zetten voor de goede zaak: Beide sporen komen eigenlijk samen in de geniale oneliner die je lanceerde: “Splits zelf de sociale zekerheid. Word lid van het Vlaams Ziekenfonds”. Daarmee herinner je de Vlamingen aan de dubbele boodschap: jazeker, de structuren moeten veranderen; maar ook: je kan er intussen wel zelf iets aan doen.”

In zijn dankwoord hamerde Jürgen Constandt op het belang van een rechtvaardige gezondheidszorg: toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg, afbouw van geldstromen tussen Vlaanderen en Wallonië, aanvechten van overdreven ereloonsupplementen en voldoende werkingsmiddelen voor zorg en welzijn. Verder betrok hij alle medewerkers en bestuurders van het Vlaams & Neutraal Ziekenfonds, de leden van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen en het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid, de vrienden van Pro Flandria en Marnixring, en zijn naaste familieleden in zijn bekroning. “Het is immers een gedeelde erkenning. Het is van mijn kant niet meer dan rechtvaardig om hen deel te laten uitmaken van deze bekroning. En rechtvaardigheid staat altijd voorop. Zo hoort Vlaanderen ook te zijn.” besloot de laureaat.

De uitreiking van de Orde van de Vlaamse Leeuw kadert binnen de 11-daagse Vlaanderen Feest! ter gelegenheid van de Vlaamse feestdag. De laatste jaren ging het ereteken naar Bart Maddens, Cyriel Moeyaert en Romain Vanlandschoot. Sedert 2002 wordt de uitreiking georganiseerd in samenwerking met de Beweging Vlaanderen-Europa. Voorzitter An De Moor wenste de aanwezigen voor binnenkort alvast een “heerlijke Vlaamse feestdag” toe“ met naar aanloop daarvan – als vastberaden Vlaamse volk en helemaal in de stijl van onze laureaat van vandaag – een blijvende verontwaardiging tegen alle stappen en plannen naar een herfederalisering toe, voor het niet aanvaarden van het status quo als levensvisie en voor een kritische maar constructieve en immer progressieve inzet voor een zelfstandig Vlaanderen. De juiste weg is die van de assertiviteit: zelfbewust maar open. Laten we samen en zelfbewust die toekomst tegemoet treden”.

IJsbrand, tweede laureaat van de 12de Nekka-wedstrijd (2022) zorgde voor gesmaakte Nederlandstalige muzikale intermezzo’s. Karim Van Overmeire, eerste schepen in Aalst, sloot de geslaagde avond af.

Minister Vandenbroucke te vinden voor regionalisering gezondheidsbeleid

In een interview met De Morgen liet federaal Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) enkele opmerkelijk uitspraken optekenen die het AK-VSZ best goed kan smaken. De Minister stelt onder andere dat gezondheid “enorm plaatsgebonden” is en dat overeenstemming over dit feit België in de startblokken zet voor “heel veel decentralisatie”. Minister Vandenbroucke stelt dan ook geen probleem te hebben met een pleidooi voor regionalisering, zolang het debat gevoerd wordt rond hoe je een moderne gezondheidszorg organiseert. Ook dat de zesde staatshervorming allesbehalve ideale resultaten op heeft geleverd, geeft de Minister toe: “De waarheid is dat we daar helemaal niet van vertrokken zijn in het voorbije rondje, de zesde staatshervorming. Het is wel zo gegaan: er moesten voldoende min of meer vette vissen zijn. Hier een miljard, daar een miljard, nul visie. Resultaat: een poespas die zeer moeilijk bestuurbaar is. Tijdens de coronacrisis hebben ik en mijn collega-ministers van Volksgezondheid en Welzijn de boel bijeen moeten houden door een ongelooflijke investering van vriendschap en tijd.”

Waar het potentiële probleem ligt bij meer regionalisering is Vandenbroucke ook duidelijk: “We hebben vooral veel ministers van Gezondheid langs Franstalige kant. In Vlaanderen is er enkel Wouter Beke, dat is redelijk overzichtelijk. Het probleem zit aan de andere kant. Als de Franstaligen hun huiswerk zouden doen, zou het al veel overzichtelijker zijn – en ik denk dat ze dat ook weten.”

Lees hieronder het hele artikel uit De Morgen van 4 april:

Interview. Minister Frank Vandenbroucke (Vooruit) kijkt terug op het coronabeleid

Exact anderhalf jaar geleden stapte Frank Vandenbroucke, als surprise du chef, weer de politiek en de regering in. Al die tijd was hij vooral minister van Coronazaken. Hoe kijkt hij terug? ‘We zijn veel te zelfgenoegzaam over de resultaten van de boostercampagne.’

‘Corona is nog niet voorbij”, zo waarschuwde minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke vorige week nog. De cijfers geven hem gelijk: de opname van coronapatiënten in het ziekenhuis tikt weer aan, sommige klinieken moeten alweer niet-dringende zorg uitstellen. Toch lijken de woorden van Vandenbroucke, of infectiologe Erika Vlieghe elders, weg te waaien in de wind. Wie nu nog voorzichtigheid bepleit, is een angstzaaier, zo lijkt de nieuwe consensus te zijn. 

Het deert de minister niet. “Ik ben er niet zo gerust op, we mogen echt niet vergeten dat er nog een virus rondgaat”, zegt Frank Vandenbroucke. “We zullen nog een tijdje in code geel zitten en dat mag niet zonder betekenis zijn. Er is in de huidige context de neiging om te zeggen dat voorzichtigheid een individuele verantwoordelijkheid is. Ik ben het daar maar half mee eens.”

Hoezo? 

Vandenbroucke: “We moeten ook een beleid voeren dat zorgt voor een veilige omgeving. Dan heb ik het bijvoorbeeld over binnenlucht. Vandaar dat we in de regering werk maken van een ventilatiebeleid. Op een bepaald moment moeten zaken een label kunnen krijgen voor de luchtkwaliteit die ze garanderen. Een bordje dat ze op kunnen hangen om te tonen: hier is het veilig.”

Moet zo’n label dan gevolgen hebben?

“Dat is niet voor meteen, maar in de toekomst wel. Stel je voor dat we over een aantal jaren opnieuw een virus hebben dat in aerosolen in de lucht blijft hangen. Dan zou je nooit meer een hele sector moeten sluiten. Zaken met een label voor goede luchtkwaliteit zouden dan open kunnen blijven. In de coronabarometer hadden we trouwens al stappen in die richting gezet. In code oranje en code rood hing de maximale bezetting van een zaal deels af van de ventilatie.”

Mochten we vandaag die barometer trouw volgen, dan zaten we misschien in oranje in plaats van geel?

“Vandaar dat ik altijd gezegd heb dat je ook met de barometer altijd een politieke afweging moet blijven maken. De barometer geeft twee signalen: de bezetting op intensieve zorg en de ziekenhuisopnames. Voor de hospitalisaties zit je in rood. Maar op intensieve zitten we zonder twijfel in geel. Mijn oordeel is dat we niet voor een explosieve ontwikkeling staan.”

In veel ziekenhuizen stijgt de druk wel weer.

“Het is moeilijk in een aantal ziekenhuizen, dat klopt. En het is goed dat mensen dat zouden beseffen. Dat heeft niet alleen met covid te maken, ook met de griep die tezelfdertijd rondgaat, en uitval van zorgpersoneel. Het is een reden om voorzichtig te zijn, maar niet om morgen weer naar oranje te gaan. Mocht de situatie nu sterk verslechteren, dan komt oranje wel weer op de agenda.

“Er gaat heel veel virus rond en je kan niet uitsluiten dat we binnen een aantal maanden toch nog een echte golf krijgen. Paraatheid is de boodschap. En dat wil zeggen dat we dingen als een Covid Safe Ticket, of testing en tracing, nog niet naar het containerpark moeten brengen.”

U bent een van de weinige politici die het CST nog verdedigt. Waarom eigenlijk?

“U mag niet onderschatten hoe belangrijk het CST was als motivatie om zich te laten vaccineren. Zodra het CST niet meer verplicht was, is de vaccinatie stilgevallen. Mensen in de vaccinatiecentra zullen u bevestigen dat op dat moment opeens allerlei reservaties geannuleerd werden.

“We hebben in België het effect van het CST op de vaccinatie niet heel goed gezien, omdat de vaccinatiecampagne al goed op gang was gekomen zonder die coronapas en we dat ticket ook maar aarzelend hebben ingevoerd. Maar het is bijzonder opvallend dat het einde van het CST samenviel met het einde de vaccinatiecampagne.”

Hoeveel mensen hebben zich daardoor niet laten vaccineren?

“Ik kan daar geen getal op plakken, maar ik heb de Taskforce Vaccinatie wel gevraagd om dat eens van dichtbij te bekijken. In ieder geval is het jammer dat het CST niet nog iets langer in gebruik bleef, dat had de boostercampagne gesteund. Want in alle eerlijkheid: we hebben te weinig boosterprikken gezet. We zijn daar veel te zelfgenoegzaam over. 61 procent van de hele bevolking is geboosterd, ongeveer 75 procent van de volwassenen. De vervelende waarheid is dat dat objectief te weinig is. Het is een van de redenen waarom ik het CST nog niet meteen zou weggooien. We zijn veel te zelfgenoegzaam over de resultaten van de boostercampagne. Die zijn niet goed genoeg, sorry.” 

Als covid in de herfst weer toeslaat en het CST dan heringevoerd wordt, moet je mensen wel eerst de tijd geven om zich te laten vaccineren. Dat wordt lastig.

“U hebt gelijk. Het blijft een moeilijke koers. Ook omdat we nog niet helemaal zeker weten welk vaccinatiescenario we het komende jaar moeten volgen. Er komt wellicht een tweede booster voor onder meer zorgpersoneel en ouderen, maar er is twijfel over een nieuwe prik voor de hele bevolking. Wat ik vervelend vind, is dat alle Europese landen weer hun eigen ding doen. Dat creëert verwarring. Als we samen vaccins aankopen en marktvergunningen uitdelen, laat ons dan ook samen bepalen hoe we die vaccins gebruiken.”

Veel mensen krijgen door het CST net een afkeer van het coronabeleid.

“Wie zegt dat? Ik heb dat nog nooit meegemaakt. Misschien zijn er zo mensen, maar is die coronapas nu echt zo verschrikkelijk?”

Veel mensen vinden dat de overheid niet met een vaccin mag bepalen wie er op café mag.

“Dat is toch een vreemd debat? Er zijn zoveel dingen waar een overheid zich in moeit. Vergelijk het met het verkeer. Verkeer creëert vrijheid, doordat je in de auto kan stappen. Maar die vrijheid komt tot stand door veel regeltjes, die ook verhinderen dat sommige mensen achter het stuur van een auto gaan zitten.

“Waarom vinden we het zo verschrikkelijk dat er regels zijn over hoe je je gedraagt wanneer er zoveel virus rondgaat? Dat virus is voor sommige mensen dodelijk, hé. En het tast de gezondheidszorg aan. De vraag is of het proportioneel is om het te gebruiken en dat is de reden dat we ermee gestopt zijn. In code geel is het niet heel proportioneel, het brengt dan niet genoeg bij.”

In code oranje wel?

“Absoluut, daar is geen enkele twijfel over. Maar ik ben niet getrouwd met het CST. Het gaat mij om het idee dat je voor elkaar zorgt. En het CST laat toe dat ook kwetsbare mensen kunnen blijven rondlopen als er veel virus rondgaat. De vraag is of je inzit met kwetsbare mensen. De socialisten wel.”

Moeten we de ziekenhuisorganisatie niet herdenken voor een nieuwe golf in het najaar? We komen nu al in moeilijkheden.

“Een van de delicate vragen is of we bij een nieuwe golf zwaar zieken niet in sommige ziekenhuizen moeten concentreren in plaats van ze overal te verspreiden. Ziekenhuizen vertrekken nog te vaak van het IKEA-principe: ‘Ik kan in mijn eentje alles’. Daar moeten we van af.

“Maar er zijn helaas geen wonderoplossingen. Het gaat niet alleen om capaciteit op intensieve zorg maar ook om verplegers. We denken soms dat we om het even welke verpleger op intensieve kunnen inschakelen, maar dat klopt niet. Die mensen hebben heel specifieke routines. Ook in de eerste lijn is er werk voor de boeg. Daar moeten we bijvoorbeeld zorgen dat psychologen in de dokterspraktijken zitten, om de huisartsen te kunnen bijstaan.”

Dat klinkt niet als iets dat tegen de herfst van 2022 klaar raakt.

(fijntjes) “Toch wel. Het is een van onze belangrijkste werven: we mankeren in dit land een goed uitgebouwde geestelijke gezondheidszorg. We moeten werken aan geestelijke volksgezondheid. Maar we gaan dat niet doen met het klassieke model van vijftig jaar geleden, met een algemene arts die zit te wachten op een patiënt die met een probleem komt. Het moet mogelijk worden dat een huisarts een consultatie doet samen met een klinisch psycholoog. Dat vraagt tijd, maar tegen de herfst moeten we wel al stappen zien.”

Als u echt werk wilt maken van geestelijke volksgezondheid, zal er niet enkel tijd maar ook geld nodig zijn. Psychologen kosten nog steeds veel geld.

“Geld is op dit moment niet mijn belangrijkste probleem. We hebben een budget van 152 miljoen voor de psychologische zorg in de eerste lijn en dat is nog lang niet helemaal uitgerold. De knelpunten liggen elders: organisatie, overleg, overtuiging om de hervorming door te kunnen voeren.

“Maar ik ben zeker niet euforisch. De budgetten zullen structureel niet voldoende zijn en we hebben een historische achterstand in te halen. Geestelijke gezondheidsproblemen nemen zwaar toe. En er is covid geweest, dat zeker bij kinderen en jongeren een aantal problemen zeer sterk geaccentueerd heeft.”

Bij corona is nog maar eens gebleken hoe ingewikkeld dit land georganiseerd is. CD&V komt met het idee om gezondheidsbeleid helemaal te splitsen. Hoe denkt u daarover?

Gezondheid is enorm plaatsgebonden. Als we het daarover eens zijn, zijn we klaar voor heel veel decentralisatie. En dat kan gerust samengaan met een solidaire financiering op federaal niveau. En uiteraard moet het geneesmiddelenbeleid centraal aangestuurd blijven.

“Maar ik heb geen enkel probleem met een pleidooi voor regionalisering. Al zou het goed zijn als de discussie over gezondheidszorg niet vertrekt vanuit axioma’s over staatsvorming, ook al weet ik dat die politiek enorm wegen. De vraag is: hoe organiseer je een moderne gezondheidszorg?

“De waarheid is dat we daar helemaal niet van vertrokken zijn in het voorbije rondje, de zesde staatshervorming. Het is wel zo gegaan: er moesten voldoende min of meer vette vissen zijn. Hier een miljard, daar een miljard, nul visie. Resultaat: een poespas die zeer moeilijk bestuurbaar is. Tijdens de coronacrisis hebben ik en mijn collega-ministers van Volksgezondheid en Welzijn de boel bijeen moeten houden door een ongelooflijke investering van vriendschap en tijd.”

Die energie was beter ergens anders aan besteed.

“Precies, maar is het wel nog gelukt. Op zich was dat al opmerkelijk. Het is dus niet totaal onbestuurbaar. Maar er is niemand die zegt dat die staatshervorming in gezondheidszorg goed was.”

Door te regionaliseren ga je niet minder ministers rond de tafel krijgen. Juist dat was een probleem in de coronacrisis.

“Wacht even. We hebben vooral veel ministers van Gezondheid langs Franstalige kant. In Vlaanderen is er enkel Wouter Beke, dat is redelijk overzichtelijk. Het probleem zit aan de andere kant. Als de Franstaligen hun huiswerk zouden doen, zou het al veel overzichtelijker zijn – en ik denk dat ze dat ook weten. Maar het klopt: als je verder regionaliseert, ga je ook sterkere coördinatie nodig hebben.”

Na corona is er een nieuwe crisis: koopkracht. U bent minister, econoom en oud genoeg om de crisisjaren zeventig en tachtig meegemaakt te hebben. Gaan we naar een gelijkaardige situatie?

“Ha, mijn eerste paper als student economie heb ik gemaakt over de olieschok van de jaren zeventig. In 1976 was dat, bij de nog jonge professor Paul De Grauwe. (glimlacht) Die keek toen nog wel een beetje anders naar de wereld. Wat ik geleerd heb, is dat je een externe schok in de economie, zoals nu met de energiecrisis, niet helemaal kan wegtoveren met beleid. De schok opvangen is het hoogst haalbare. Dat doe je door de last zo gelijk mogelijk te verdelen, zodat er geen mensen overboord gaan.” 

En? Doet de regering voldoende om de gezinnen te beschermen?

“Vooruit doet haar uiterste best om oplossingen te zoeken. Veel mensen staan onder grote stress. Ik denk dat de regering geen slechte balans kan voorleggen, al ben ik ook hier niet euforisch.”

De werkgevers vragen een indexsprong. 

“We kennen dat voorstel. En het zit niet in het regeerakkoord. Dat is dus niet actueel.”

Is dat een neen?

“Wij hangen niet aaneen van veto’s. Maar de index is wel heel belangrijk als een soort garantie. De onrust die je bijvoorbeeld ziet in Frankrijk heeft veel te maken met mensen die zich aan hun lot overgelaten voelen. Met de index laat je mensen niet aan hun lot over: mensen zijn verzekerd als de prijzen beginnen stijgen. De index houdt de boel bijeen in de samenleving. Dat is belangrijk, zeker als je weet dat deze regering vermoedelijk tot aan de verkiezingen bezig zal zijn met crisismanagement.”

Zal die voortdurende crisissfeer Vivaldi parten spelen in 2024?

“Een van de lessen die ik onthoud uit de jaren tachtig is dat zo’n prijsschok hoe dan ook een verarming is. De vraag is: hoe verdeel je die intern? Ik ben beducht voor wat komen gaat, we gaan naar hele moeilijke economische tijden. De regering zal de bevolking mee moeten nemen en beschermen. Dat zal niet makkelijk zijn. En dus moet iedereen in de regering de focus op de bal houden en niet op de man spelen.”

Staat u in 2024 op een lijst?

“Dat is nog ver van ons verwijderd. Er is nog niets beslist.”

Symposium AK-VSZ: Herfederaliseren? Neen, bedankt!

Herfederaliseren? Neen, bedankt!

Recent werd er nog een ballonetje opgelaten om ons gezondheidsbeleid te herfederaliseren. Veel steun krijgt dit idee niet van sterkhouders op het terrein. Dat werd vandaag duidelijk op een symposium van het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid (AK-VSZ) dat handelde over de toekomst van het Vlaams gezondheidsbeleid en dat gemodereerd werd door Guy Tegenbos.

Karine Moykens, Secretaris-Generaal van het Departement Welzijn, Volksgezondheid & Gezin, nam als eerste het woord. Zij focuste op de vele uitdagingen en gaf ook toelichting bij de nieuwe Vlaamse bevoegdheden in het zorgbeleid sinds 2014. Vlaanderen bleef immers niet bij de pakken zitten. Ze verduidelijkte het doel en de noodzaak van het woonzorgdecreet, eerstelijnszorg, lokaal sociaal beleid, Vlaamse Sociale Bescherming en geestelijke gezondheid. Ze deed tot slot enkele concrete voorstellen voor een zevende staatshervorming die tot meer homogene bevoegdheidspakketten moet leiden – op Vlaams niveau.

Dr. Erika Vandermeersch stond als Brusselse huisarts en voorzitster van het Doktersgild Van Helmont stil bij de Vlaamse gezondheidszorg in Brussel. Het zorgaanbod is er erg versnipperd waardoor zwakkere zorg- of hulpvragers soms moeilijk hun weg vinden. Ze gaf vanuit de praktijk aan welke duidelijke cultuurverschillen er zijn tussen het noorden en het zuiden van ons land. Ook de taalproblematiek in de zorg kwam in haar referaat aan bod, evenals de minder kwaliteitsvolle zorg en minder goede preventieve zorg dan de inwoners in het Vlaams Gewest.

Prof. dr. Geert Jennes van de Hochschule Osnabrück en Vives – Centrum Regionale Economie ging over het muurtje kijken en onderzocht nauwgezet het Zwitsers decentralisatiemodel. Hij toonde aan dat schaalgrootte er weinig toe doet en decentralisering efficiënter is als ook de financiering deze beweging volgt. De transferten door intrestlasten op de Belgische staatsschuld nam hij eveneens onder de loep en bracht hij onder de aandacht.

Jürgen Constandt nam tot slot het woord als voorzitter van het organiserend Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid. In zijn toespraak gaf hij nog eens duidelijk aan waarom een Vlaamse sociale zekerheid zo belangrijk is. Hij vergeleek ook diverse thema’s uit onze sociale zekerheid met de situatie in onze buurlanden om te besluiten dat we inzake sociale zekerheid absoluut niet op het podium staan. Een Vlaams gezondheidsbeleid is dus meer dan nodig!

Het surrealisme heeft een nieuw kunstwerk opgeleverd: de Belgische sociale zekerheid – Jürgen Constandt

We zijn niet voor niks het land van het surrealisme. Magritte en Delvaux hebben naam en faam gemaakt in Belgische kringen als surrealistische kunstenaars. Logisch toch, want alles aan dit land is surrealistisch. Neem nu onze sociale zekerheid. Nog meer dan Magritte neemt die surrealistische vormen aan. Zeker als wordt gesteld dat ze tot de ‘beste ter wereld’ behoort. Kan het nog absurder klinken? Blijkbaar wel als het van de verdedigers van de Belgische instituten afhangt. Maar de werkelijkheid is triest. Veel aan die sociale zekerheid houdt geen stand meer in de toetsing met de realiteit bij onze buren. Want veel zekerheid biedt ze niet. En écht sociaal is ze al zeker niet! Een vrije trubine van Jürgen Constandt, directeur van het Vlaams & Neutraal Ziekenfonds en voorzitter van het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid. 

Gezondheidszorg

Neem nu onze gezondheidszorg. Lang geroemd als parel van die Belgische sociale zekerheid. De meest recente OESO-statistieken [1] laten verstaan dat die parel veel van zijn glans verloren is. 50,8 miljard gaven we met zijn allen in 2019 uit aan gezondheidszorg. Daarvan draagt de sociale zekerheid niet de volle 100%, wat ideaal zou zijn, maar slechts 77% van de kosten. De rest komt uit private middelen, via aanvullende verzekeringen van ziekenfondsen of private verzekeraars, en het grootste deel zelfs — 9,2 miljard euro — betaalden de mensen volledig uit eigen zak. Tot daar dus het sociale.

Nergens in West-Europa moet een patiënt dieper in zijn of haar buidel tasten om medische kosten te betalen. Ruim 18 % van de gezondheidskosten betalen we volledig zelf! In Frankrijk is dat 9%, in Nederland nog geen 11% en in Duitsland bijna 13%. Kijken we naar tandzorgen dan is het nog slechter gesteld. Meer dan de helft van de betaalde kosten komt uit eigen zak. Voor ambulante medische zorgen, versta een bezoek bij de huisarts of de specialist, is dat ruim 35 % en bij het bezoek aan de apotheek mogen we er prat op gaan dat we ruim 40% van alle kosten zelf mogen dragen.

En dan zwijgen we nog over de populaire hospitalisatieverzekering. Probeer dat begrip eens uit te leggen bij onze noorderburen. Zij kennen dat niet omdat ze daar bij een ziekenhuisopname amper iets uit eigen zak moeten betalen. Wij daarentegen wel. Ruim 1,385 miljard [2] betalen de Vlamingen en Franstaligen zelf als ze in een ziekenhuis opgenomen worden. Jawel, Magritte, surrealisme is er niet alleen in de beeldende kunst.

Pensioenen

En dan die tweede parel van onze sociale zekerheid: de pensioenen. Ook hier springen we even over de grens naar Nederland. En wat je dan ziet is te gek voor woorden. Het verschil kan niet groter zijn. Neem nu de lage inkomens. Een pensioengerechtigde krijgt in België een pensioen dat ongeveer 67,5% van het loon tijdens de actieve loopbaan bedraagt. In Nederland is dat 73,1%. Wat daarna volgt is nog irreëler. Een gemiddelde verdiener krijgt in België 43,4% van zijn of haar loon als pensioen. In Nederland is dat net geen 70%. En een goed verdiener, twee keer het gemiddeld inkomen, kan op nog geen 30% — jawel dertig procent — rekenen als pensioen van zijn of haar loon terwijl onze Nederlandse buur in hetzelfde profiel 68% gestort krijgt. [3] Tja, dan kan je moeilijk zeggen dat je nog uitkijkt naar die rustige levensperiode.

Werkloosheidsverzekering

Maar niet getreurd. Er is nog een derde parel in onze sociale zekerheid: de werkloosheidsverzekering. Laat het woord ‘verzekering’ maar vallen, want ook hier zien we, net als bij de pensioenen, dat de uitkering niet meteen gekoppeld is aan het inkomen dat het placht te vervangen. Kan ook moeilijk want de werkgelegenheidsgraad is niet meteen een toonbeeld van grote inzet.

In de fameuze federale arbeidsdeal is sprake van een werkgelegenheidsgraad van 80%. Dan gaat Vivaldi toch eens een hoge noot moeten produceren, want de regionale verschillen [4] zijn nogal manifest. Brussel 62,6%, Wallonië 65,8% en Vlaanderen 76,2%. Op die manier ga je nooit een stevige sociale zekerheid uitbouwen en zeker geen zekerheid.

Culpabiliseren

Waar die sociale zekerheid continu spreekt over solidariteit, is de solidariteit al lang zoek. De sociale zekerheid is een instrument geworden om te culpabiliseren. Om Vlamingen in de hoek te zetten als ‘egoïsten’, waarbij hij die de beschuldigende vinger uitsteekt te weinig verantwoordelijkheidszin aan de dag legt. Dit kan alleen in een land dat de bakermat is van het surrealisme. Nochtans kan het anders. Veel realistischer, veel socialer en met veel meer zekerheid. Denemarken, een land van 6 miljoen inwoners bewijst het elke dag opnieuw. Het heeft een pertinent, efficiënt en doeltreffend socialezekerheidsstelsel. En Nederland idem dito. Een grotere bevolking weliswaar, maar een sociale zekerheid die niemand in de kou laat en waar de burgers bijdragen aan een systeem dat ervoor zorgt dat de ‘out-of-pocket’ zo laag mogelijk is. Hier niet.

In België zitten we met de hoogste belastingdruk om onder meer de sociale zekerheidskas te spijzen en toch betalen we met zijn allen nog het meest uit eigen middelen voor de basisbehoeften die die sociale zekerheid zou moeten afdekken. Beweren dat we de beste sociale zekerheid ter wereld hebben, bewijst alleen dat het surrealisme nog altijd springlevend is in België, al halen we er al lang geen prijzen meer mee. Hoog tijd is dat we de sociale zekerheid niet langer overlaten aan het Belgisch surrealisme maar aan het Vlaams realisme.

Waar zit hier de sociale zekerheid… dat roemruchte Belgische systeem dat ongelijkheid moet bestrijden en mensen alle kansen op de beste gezondheidszorgen moet bieden?

[1] OECD Health Statistics, 2021, figures for 2019.

[2] IMA-ziekenhuisbarometer 2021 (cijfers voor 2019)

[3] OECD, Pensions at a glance 2021

[4] Cijfers 3de kwartaal 2021 – https://statbel.fgov.be/nl/

Minister Verlinden (CD&V) pleit voor regionalisering gezondheidszorg

Doorbraak rapporteerde over een interview van Minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing Annelies Verlinden met Le Soir waarin zij pleit voor de regionalisering van de gezondheidszorg.

De Vivaldi-coalitie moet voor 2024 een 7de staatshervorming voorbereiden. Twee ministers hebben de leiding: David Clarinval (MR) en Annelies Verlinden (CD&V). Deze laatste gaf zopas een lang interview aan Le Soir waarin zij stelt: “De staatshervorming is belangrijk voor ons allen, zij is belangrijk voor mijn partij. We willen discussies beginnen. Vooral in verband met de volksgezondheid, gezondheidszorg.”

Ter argumentatie haalt zij een recent en welbekend voorbeeld aan van divergentie tussen de deelstaten: “Ik kom terug op de coronacrisis. We hebben gezien dat er verschillende meningen kunnen bestaan over hoe te werk moet worden gegaan, bijvoorbeeld wat betreft oppeppers voor jongeren boven de 12 jaar. Vlaanderen heeft gekozen voor vaccinatie, het zuiden van het land niet.” De oplossing die zij hiervoor aanhaalt, gaat nog duidelijker in de richting van een staatsstructuur die een volwaardig Vlaams gezondheidsbeleid toelaat: “Wij zien de noodzaak in van het kunnen kiezen van onze eigen weg, indien nodig, zonder enige betwisting, op een efficiënte manier. Ik denk aan de gezondheidszorg. (…) Wij moeten ervoor zorgen dat de gezondheidszorg in de toekomst dicht bij de betrokken burgers wordt verstrekt.”

Dit duidt op verdere verdeling tussen deze twee ministers die de staatshervorming moeten voorbereiden. Niet in het minst omdat – waar Verlinden CD&V-voorzitter Joachim Coens volgt, die volledig tegen herfederalisering gekant is – ook haar collega Minister Clarinval zijn voorzitter zal moeten volgen: voorstander van herfederalisering Georges-Luis Bouchez.

Gelukkig hebben Verlinden en Coens het Regeerakkoord aan hun kant: “Daarin staat dat wij gezondheidszorg dicht bij de patiënten, dicht bij de burgers willen. En er wordt tussen haakjes in de tekst gespecificeerd dat dit moet gebeuren op het niveau van de gefedereerde entiteiten,” zo verduidelijkt Verlinden.

Ziet CD&V na jaren electorale achteruitgang, van CVP-staat naar ‘junior partner’ in een coalitie van maar liefst zeven partijen, in dat zij de Vlaamse kaart moet trekken indien zij niet volledig wil verdwijnen in irrelevantie?

Het volledige artikel valt hier te lezen op Doorbraak.


Afbeelding: Feeling, 3/12/2021, https://img.static-rmg.be/a/view/q75/w1092/h615/3349903/download-3-png.png

Boosterprik voor tieners: Vlaanderen gaat zijn eigen weg

In Oostenrijk en Italië mag vanaf februari de laatste coronaprik niet langer dan 6 maanden geleden zijn, terwijl veel jongeren in ons land al langer gevaccineerd zijn. Daardoor dreigden enkele duizenden Vlaamse tieners deze krokusvakantie niet op vakantie te kunnen vertrekken. 

In negen Europese landen kunnen tieners tussen 12 en 17 jaar een boosterprik krijgen. In België kan het nog steeds niet, in Vlaanderen intussen wel. Omdat Franstalige politici zich bleven verzetten, heeft de Vlaamse Regering op 4 februari beslist om het voorbeeld van landen als Duitsland, Israël en de Verenigde Staten te volgen en een boosterprik voor jongeren aan te bieden.

Vlaanderen biedt -op vrijwillige basis- een boosterprik aan. Er worden geen uitnodigingen verstuurd. Maar er zal expliciet geïnformeerde toestemming (‘informed consent’) gevraagd worden aan de ouders. Er zal géén controle zijn op de woonplaats van de jongeren; inwoners van Brussel kunnen ook een boosterprik krijgen in een Vlaams vaccinatiecentrum.

Op deze manier maakt Vlaanderen gebruik van zijn bevoegdheden op het vlak van gezondheidszorg. De Vlaamse beslissing is billijk en pragmatisch. Aangezien er geen uitnodigingen zullen worden verstuurd, legt de Vlaamse overheid geen druk op jongeren of hun familie om zich te laten ‘boosteren’. Maar jongeren die een boosterprik nodig hebben, omwille van gezondheidsredenen (een verlaagde weerstand bijvoorbeeld) of omwille van nakende vakantieplannen zullen er één kunnen krijgen.

Vlaanderen dat gebruik maakt van zijn bevoegdheden op het vlak van gezondheidszorg, tegen de zin van Franstalige politici! Meer van dit, zouden we zeggen.

“Ereloonsupplementen sterk afhankelijk van regio”, aldus VNZ

Het Vlaams & Neutraal Ziekenfonds pleit voor responsabilisering in de gezondheidszorg en onderzoekt jaarlijks niet alleen de uitgaven- en inkomstenverschillen tussen Vlaanderen en Wallonië op basis van de gegevens van de Landsbond van de Neutrale Ziekenfondsen, maar analyseert ook de gevraagde maximale ereloonsupplementen in alle Belgische ziekenhuizen.

Wanneer een patiënt vrijwillig kiest voor een opname in een éénpersoonskamer mogen de artsen, zowel chirurgen als anesthesisten, een extra ereloonsupplement aanrekenen bovenop het vastgestelde Riziv-tarief. De tijd dat men zich in dit geval beperkte tot het dubbele (100 %) is intussen al even verleden tijd.

Zo bedraagt het gemiddeld maximale ereloonsupplement in 2022 intussen 184 %. In Vlaanderen schommelt dat net boven de 150 %; in Wallonië – en zeker in Brussel – al een eind boven de 200 %!

Het was al langer bekend dat de kostprijs voor een opname in een éénpersoonskamer in Brussel hoger was dan bijvoorbeeld in Tielt. Dat de ereloonsupplementen tot driemaal meer kunnen zijn, is niet bepaald objectief verklaarbaar.

Op basis van de analyse van alle maximale ereloonsupplementen die kunnen worden gevraagd per ziekenhuis, verkrijgen we voor 2022 volgende cijfers per gewest:

Gemiddeld maximale ereloonsupplement éénpersoonskamer (januari 2022)
Vlaanderen151 %
Wallonië212 %
Brussel270 %
Gemiddelde België184 %

Van de 52 ziekenhuizen in Vlaanderen zijn er nog maar 3 ziekenhuizen die het maximum van 100 % hanteren voor een éénpersoonskamer, 8 tussen 110 en 125 %, 31 tussen 135 en 175 en 10 ziekenhuizen, vaak universitaire ziekenhuizen, vragen tot 200 % extra!

In Wallonië zijn er 28 ziekenhuizen. Slechts één ziekenhuis rekent maximaal 100 % ereloonsupplement aan en amper één blijft nog onder de 200 % ereloonsupplement.

De overige 26 instellingen vragen minstens 200 %, met drie uitschieters tot 300 %.

En deze Waalse uitschieter van 300 %, of viermaal het afgesproken Rizivtarief, is de standaard in 8 van de 11 Brusselse instellingen.

Wanneer we inzoomen op de effectief aangerekende ereloonsupplementen, uitgedrukt als aandeel voor alle klassieke ziekenhuisverblijven, zien we dat de spanning tussen het goedkoopste ziekenhuis (Ziekenhuis Oost-Limburg met 8 %) en het duurste ziekenhuis (het Brusselse Chirec ziekenhuis met 106 %) – zeer hoog oploopt (2019 – bron:https://atlas.ima-aim.be/databanken/?rw=1&lang=nl).