Evenement: AK-VSZ Symposium op 6 mei!

Het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid kondigt bij deze officieel haar symposium aan! Het symposium, getiteld ‘Sociale zekerheid en vergrijzing: Wie gaat dat blijven betalen?’, zal doorgaan op 6 mei 2023 in De Montil te Affligem van 9:30 tot 13 uur.

Op het programma staan enkele uiterst interessante lezingen. De eerste toedracht zal gegeven worden door Alain Mouton, redacteur bij Trends, die een inleidende toedracht zal geven over sociale zekerheid en transfers. Dit wordt gevolgd door dr. Johan Van Gompel, senior economist bij KBC en docent aan de UAntwerpen, die het zal hebben over de budgettaire gevolgen van de vergrijzing. Hierna volgt een lezing door Prof. dr. Herman Matthijs, verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel en de UGent, die een financiële stand van zaken geeft van ’s lands verschillende overheden. En het geheel wordt afgerond met een vragenronde onder leiding van dhr. Mouton en een slotwoord van AK-VSZ voorzitter Jürgen Constandt.

Als klap op de vuurpijl is er natuurlijk nog de niet te missen receptie na afloop.

Indien je graag deelneemt, kun je je inschrijven door 15€ te storten op rekeningnummer BE09 4366 2680 4157 met de vermelding ‘symposium’. Studenten kunnen zich gratis inschrijven via info@akvsz.vlaanderen.

Hieronder vind je de uitnodiging:

Sinterklaas spelen is plezant. Maar wie krijgt de Zwarte Piet?

Hij is er. De goede man uit Spanje die heel wat kinderharten sneller doet slaan. De man die met zijn schimmel gladde daken trotseert en zijn helpers al dan niet door de schoorsteen laat afdalen om menig schoentje te vullen. Wie in dit land woont, ziet wel wat gelijkenissen. Alleen lijkt het dat Sinterklaas niet langer uit Spanje komt, maar hier resideert. De man gaat hier nooit weg en de daken zijn altijd glibberig. Dat is België ten voeten uit. Dit land wordt geleid door Sinterklaas. Altijd vrijgevig, nooit bewust van de kostprijs van zijn cadeautjes en geen enkele zorg dat misschien wel eens één dak te glibberig zou kunnen zijn. De vraag is dan wel: wat doen zijn helpers? Wie krijgt de Zwarte Piet doorgeschoven en komt in de schoorsteen vast te zitten?

Het antwoord in dit land mag duidelijk zijn. Sinterklaas woont in Wallonië en deelt kwistig geschenken uit. En de Vlaming krijgt de Zwarte Piet doorgeschoven. Die brengt de rekening voor deze spilzucht. Met een werkzaamheidsgraad van 76,3 % in Vlaanderen weet Sinterklaas als geen ander dat de Vlamingen de kosten kunnen dekken. In Franstalig België, met een werkzaamheidsgraad van 65 %, zal de Sint niet ver springen. Dus Zwarte Piet mag de taalgrens oversteken.

De saga rond de huidige begroting en het gegoochel met cijfers maakt duidelijk dat dit land niet meer functioneert en dat Sinterklaas echt wel zijn stek gevonden heeft. Alleen vrezen wij voor de toekomst van onze kinderen. Ooit zullen zij volwassen zijn en opdraaien voor een Sint die alles al uitgedeeld heeft, een Sint die zich nooit bekommerd heeft over de inkomsten, zijn actieve loopbaan als kindergelukbrenger stopgezet heeft en profiteert van zijn pensioen, een pensioen dat trouwens door minister Lalieux amper hervormd werd en pover is en blijft in vergelijking met onze buurlanden. Die kinderen van vandaag en volwassenen van morgen, de Vlamingen, zijn dan het kind van de rekening en krijgen de Zwarte Piet toegeschoven.

Sinterklaas woont in Wallonië en deelt kwistig geschenken uit. En de Vlaming krijgt de Zwarte Piet doorgeschoven

De laksheid waarmee deze regering geen enkele hervorming ten gronde aanpakt, legt een hypotheek op de toekomst van onze toekomstige generaties. Dat is geen loos dreigement. Dat is realiteit. Het is deze regering niet te doen om te hervormen. De enige bestaansreden van deze federale regering is zichzelf overeind houden en dat mag ten koste gaan van ieders toekomst, vooral de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen. Wat maakt het hen uit of zij later de schulden van vandaag zullen betalen? Dan moeten zij al lang geen rekenschap meer afleggen. België is op deze manier gedoemd om kopje onder te gaan. Om de vergrijzing op te vangen, de stijgende kosten in de ziekte- en invaliditeitsverzekering en onze gemeenschappelijke toekomst te redden is een serieuze hervorming nodig. Op alle vlak, en vooral op staatkundig vlak waarbij ieder zijn eigen keuzes kan maken, kan instaan voor de toekomst van de kinderen en beslissen wat samen moet aangepakt worden. Als er niet hervormd wordt, dan zal het de deurwaarder zijn die van deur tot deur zal trekken. Maar dat zal Sinterklaas niet meer meemaken. Die is dan écht terug naar Spanje.

Foto: Eigendom van Hans Splinter gedeeld onder CC BY-ND 2.0.

VNZ berekent: Vlaming betaalt 1.670 euro meer aan sociale zekerheid dan Waal

Het Vlaams & Neutraal Ziekenfonds bracht ook dit jaar haar jaarlijks onderzoek uit over de uitgaven-en inkomstenverschillen tussen Vlaanderen en Wallonië op basis van de gegevens van de Landsbond van de Neutrale Ziekenfondsen.

Ook dit jaar waren de cijfers weer frappant. Op basis van de bijdragen voor de volledige sociale zekerheid in 2021 stelt het VNZ vast dat een Vlaamse titularis binnen de Neutrale landsbond jaarlijks 9.013 euro aan sociale zekerheidsbijdragen betaalt, tegenover een Franstalige ‘slechts’ 7.343 euro. Dit omvat zowel de werknemers- als werkgeversbijdrage. Een verschil tussen noord en zuid van 1.670 euro. Dat is maar liefst 22,75% meer!

Bijdragen aan de sociale zekerheid 2021:  
 Aantal gerechtigdenTotale bijdragenBijdr./ger. 
Vlaanderen178.7551.610.708.0339.013,19 
Wallonië127.706937.683.7087.342,52 
Brussel88.121691.782.3987.850,37 
Totaal394.5823.240.174.1398.211,66 

Ook de consumptieverschillen (uitgaven) bleven in 2021 bijzondere significant: het verschil tussen de gemiddelde ziektekosten voor een Vlaming (2.378 euro) en een Waal (2.472 euro) bedraagt nog altijd 94 euro per persoon – of 3,9% meer.

Uitgaven gezondheidszorgen 2021: 
 Aantal rechthebbendenTotale uitgavenUitgaven/hoofd
Vlaanderen251.123480.396.6172.378,10
Wallonië186.877375.049.7692.472,04
Brussel135.696228.110.1932.146,14
(niet toewijsbaar)266.827.511 
Totaal573.6961.350.384.0902.353,83

Bij de cijfers omtrent de voorkeursregeling, zijn er eveneens grote verschillen tussen de deelstaten. In dit geval tonen cijfers van alle ziekenfondsen samen dat daar waar slechts 15,30% van de Vlamingen een verhoogde tegemoetkoming genieten, maar liefst 21,10% van de Waalse bevolking en 31,57% van de Brusselse bevolking recht heeft op een verhoogde verzekeringstegemoetkoming.

 Verhoogde tegemoetkomingPercentage bevolking
Vlaanderen1.006.422 / 6.578.34215,30 %
Wallonië735.729 / 3.502.27121,01 %
Brussel349.205 / 1.106.22031,57 %
Buitenland & onbekend8.087 / 230.802 3,50 %
Totaal2.099.443 / 11.417.63518,39 %

Ten slotte zien we ook bij het aantal uitkeringsdagen een significant verschil. Waar dat tussen Vlaanderen en Wallonië tien jaren geleden nog 4 dagen bedroeg, is dit intussen opgelopen tot 5,5 dagen méér uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid of invaliditeit per titularis of bijna 20 % méér!

Aantal dagen arbeidsongeschiktheid en invaliditeit: 
 # gerechtigdenAantal uitkeringsdagenDagen/gerechtigde
Vlaanderen179.5444.969.33127,68
Wallonië128.6734.266.71033,16
Brussel88.9782.571.75328,90
Totaal397.19511.807.79429,73


Reden te meer om te pleiten voor meer responsabilisering en voor de volledige communautarisering van de ziekte- én invaliditeitsverzekering.

De volledige perstekst van het VNZ vind je hier.

Contingentering: Stand van zaken

In het ledenmagazine van het Vlaams Artsenverbond (VAV) ‘Periodiek’ schreven we: “Aangezien er op 22 februari nog altijd geen doorbraak was in de contigenteringskwestie, vroeg minister Vandenbroucke aan premier De Croo om het dossier mee naar zich toe te trekken.” In het jubileumboek  “100 jaar Vlaams Artsenverbond” knoopten we aan bij de politieke actualiteit van 4 juli 2022: ”Doch minister Vandenbroucke zat niet stil. Met een wetsontwerp kreeg hij van de Franse Gemeenschap de toezegging om een toegangsproef in te richten. Uit de tekst blijkt echter niet duidelijk wat de toekomstige communautaire verdeelsleutel van het quotum zal zijn en of het Franstalig overtal in het verleden door de federale overheid al dan niet wordt kwijtgescholden. Het akkoord werd afgewezen door meerdere artsenverenigingen (Vas, AGBS, Vaso, Hop, VGSO, Domus Medica) en door het AK-VSZ. Tijdens een stemming in het federaal Parlement op 20.07.22 werd het wetsontwerp goedgekeurd.”

Zo werd duidelijk waartoe de vraag van minister Vandenbroucke aan premier De Croo, om het dossier mee naar zich toe te trekken, leidde: een in feite asymmetrisch akkoord tussen de Vivaldi regering en de Franse Gemeenschap, waarbij de Vlaamse Gemeenschap voor het blok werd gezet, conform de letter van de wet, dat wel.

Op 19 september 2022 diende minister Vandenbroucke een nieuw wetsontwerp in met als onderwerp het vaststellen van de quota, waarbij afgestapt wordt van de verdeelsleutel vastgesteld door het Rekenhof. Volgens de nieuwe procedure zullen de toekomstige quota bepaald worden per gemeenschap na advies van de unitaire Planningscommissie, onder meer gebaseerd op de activiteitspatronen van de artsen in die Gemeenschappen; hierbij zal de gemiddeld lagere activiteit van de artsen in de Franse Gemeenschap leiden tot hogere quota. Bovendien is in dit wetsontwerp geen sprake meer van de afgesproken toekomstige afbouw van het overtal Franstalige artsen dat in het verleden werd opgebouwd. Zo worden de voornaamste twee eisen van het VAV inzake de contingentering omver gekegeld. Nochtans blijven wij ervan overtuigd dat die eisen niet enkel rechtvaardig zijn, doch ook overeenkomen met “de beste praktijk”. Om al deze redenen verwerpt het VAV het wetsontwerp in een persbericht (zie elders in dit nummer). Het VAV is verder van mening dat de enige efficiënte tegenmaatregel er in bestaat dat minister Ben Weyts nogmaals het quotum van de geslaagden in de Vlaamse ingangsproef artsen/tandartsen verhoogt in het licht van het actueel acuut tekort aan huisartsen en aan artsen in een aantal andere specialisaties. Het VAV blijft er evenwel van overtuigd dat de toewijzing van het ganse gezondheidsbeleid aan de Vlaamse en Franse Gemeenschap de beste oplossing is voor het contingenteringsprobleem.

Jonas Brouwers, voorzitter van de Vlaamse vereniging van assistent-specialisten in opleiding (Vaso) verzette zich tegen het wetsontwerp Vandenbroucke: “Als een gemeenschap in de toekomst besluit zich niet aan de quota te houden, kan de federale regering zich daar niet tegen verzetten.”

Het Vlaams Belang diende in het Vlaams Parlement een belangenconflict in tegen het wetsontwerp Vandenbroucke op basis van het argument: “Door de historische overschotten aan Franstalige kant kwijt te schelden en voor Vlaanderen nadelige verdelingsregels in te voeren, schaadt dit ontwerp de Vlaamse belangen.” De motie voor het belangenconflict werd echter weggestemd.

N-VA kondigde aan naar het Grondwettelijk Hof te stappen om de quota in het wetsontwerp Vandenbroucke te vernietigen. Valerie Van Peel: “Met deze regeling institutionaliseert Vivaldi het enorme onevenwicht tussen het aantal artsen aan Franstalige en Vlaamse kant, terwijl de factuur van de overconsumptie, die het Franstalig overtal veroorzaakt, vooral bij de Vlamingen terechtkomt … Volgens het meest recente rapport van de Planningscommissie zijn er de afgelopen zeventien jaar proportioneel aan Franstalige kant 2.233 artsen te veel opgeleid en in Vlaanderen 98 te weinig … Meer nog, bij de toekenning van de toekomstige RIZIV-nummers stapt de minister zelfs af van een verdeling tussen noord en zuid op basis van het bevolkingsaantal. Ze werken minder, dus ze hebben er meer nodig, zo luidt de hallucinante conclusie.” Geert Verrijken voegt er aan toe dat een uitspraak van het Grondwettelijk Hof niet voor onmiddellijk is. Het is nog wachten op de finale behandeling van het wetsontwerp in de plenaire federale Kamer van Volksvertegenwoordigers en daarna heeft N-VA in principe nog zes maand tijd om een dossier in te dienen.

Vaso-voorzitter Jonas Brouwers bracht eind oktober ll. een dubbele boodschap: “Een kritische lezer zal zich afvragen waarom er nog een sterke beperking op het aantal artsen nodig is. En dat is juist: er heerst een consensus dat het aantal artsen moet stijgen. Daar is iedereen het over eens: lange wachttijden, patiënten-stops en overwerkte zorgverleners moeten verleden tijd worden … Alleen moet die stijging voor alle Belgen wel gelijk zijn, en zou best de verdeling volgens bevolkingsaantal behouden blijven … Franstalige artsen zijn met meer per inwoner maar werken minder en hebben dus nóg meer artsen nodig: leg dat maar eens uit.”

Op 7 november 2022 ging op het kabinet van minister Ben Weyts een vergadering door met afgevaardigden van het Aktiekomitee voor een Vlaamse Sociale Zekerheid (AK-VSZ), van het Vlaams & Neutraal Ziekenfonds (VNZ), van het VAV en twee externe specialisten. We konden vaststellen dat de voornaamste bezwaren van het VAV, geformuleerd in het hoger vermeld persbericht tegen het wetsontwerp Vandenbroucke, overeenkwamen met die van het kabinet, reeds eerder gepubliceerd op de webstek van het N-VA: “… de Franse Gemeenschap gepardonneerd wordt voor het negeren van de federale quota in hun artsenopleidingen gedurende de laatste 25 jaar …” en “Meer nog, bij de toekenning van de toekomstige Riziv-nummers stapt de minister zelfs af van een verdeling tussen noord en zuid op basis van het bevolkingsaantal.”

De minister bevestigde dat zijn partij N-VA naar het Grondwettelijk Hof stapt tegen die federale regeling van de artsenquota, doch waarschuwt dat die procedure zelfs enkele jaren kan aanslepen.

Verder hebben Vlaams minister Ben Weyts en de kabinetsleden aandachtig geluisterd naar onze suggestie om het Vlaamse quotum op te trekken.

Tot slot vermelden we nog dat het Parlement van de Franse Gemeenschap de toelatingsproef voor geneeskunde op 16 november bezegelde door goedkeuring van het ontwerpdecreet dat vanaf volgend jaar een toelatingsproef instelt voor wie studies geneeskunde of tandheelkunde wil aanvatten. De nieuwe regeling is het gevolg van het akkoord dat de federale regering en de Franse Gemeenschapsregering begin dit jaar sloten over het aantal RIZIV-nummers voor Franstalige artsen, dat wordt opgetrokken van 505 naar 744 in 2028.

Eric Ponette, Jürgen Constandt en Lieve Van Ermen

Bron foto: VOS

Vlaams Artsenverbond: “Vlaamse gemeenschap moet meer artsen opleiden”

Het Vlaams Artsenverbond is duidelijk: De Vlaamse Gemeenschap moet meer artsen opleiden. Dit moet helpen om de verfransing van de Brusselse gezondheidssector en aldus Brussel in het algemeen tegen te gaan.

Dit komt als reactie op het recente wetsvoorstel van Minister Frank Vandenbroucke (Vooruit) waarin niet enkel het historische overtal aan Franstalige artsen door de vingers wordt gezien, doch het voorstel stelt ook een nieuwe methode voor om de quota voorop te stellen – en deze zal zeer waarschijnlijk leiden tot hogere quota in de Franstalige Gemeenschap.

In het nieuwe voorstel wordt namelijk afgestapt van de verdeelsleutel op basis van bevolkingsaantal gehanteerd door het Rekenhof en wordt voorgesteld om de quota te laten bepalen door de gemeenschappen zelf – tot daar is het VAV alvast akkoord. Doch deze ‘autonome’ quota worden wel gebaseerd op advies van de federale planningscommissie, die zich hiervoor in grote mate laat leiden door de activiteitsgraad van de artsen. Deze laatste ligt beduidend lager in Franstalig België en dit zal hoogstwaarschijnlijk leiden tot hogere quota.

Behalve het risico op toenemende verfransing in Brussel en de Rand, zullen ook de gezondheidsuitgaven blijven stijgen in Franstalig België, wat – in het huidige kader – zal leiden tot nóg meer kosten voor de Vlaamse belastingbetaler.

Voor dit eerste euvel is het opleiden van meer Vlaamse artsen de enige tegenmaatregel – en, zo duidt het VAV, er is sowieso een tekort aan tandartsen, geriaters, pediaters, psychiaters en huisartsen in Vlaanderen. Twee vliegen in één klap!

Het volledige artikel vind je hier.


Studie Stijn Baert wijst uit: “De taalgrens blijkt een grens inzake werkloosheid”

Uit eerder onderzoek van de UGent bleek reeds dat 1,3 miljoen Belgen tussen de 25 en 64 jaar noch aan het werk noch op zoek naar ’n baan. Nu maakte Stijn Baert op basis van gegevens op provincieniveau een nieuwe, diepgaandere analyse van de arbeidsmarktprestaties. Een analyse met – voor sommigen van ons – weinig verrassende resultaten. De studie stelt dan ook uitdrukkelijk: “De taalgrens blijkt een grens inzake werkloosheid: in alle Vlaamse provincies is het percentage uitkeringsgerechtigde werkzoekenden onder de 25- tot 64-jarigen lager dan in om het even welke Waalse provincie.”

Onder de Vlaamse provincies – en dus voor heel België – is Oost-Vlaanderen echter de kampioen: de werkzaamheidsgraad is er het hoogst, zowel voor mannen en vrouwen samen als voor beide geslachten afzonderlijk. Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen zijn over het algemeen de twee volgenden, gevolgd door Antwerpen en Limburg. Inderdaad, Oost-Vlaanderen is de enige provincie die de politieke ambitie van een werkzaamheidsgraad van boven de 80% waar maakt. De federale plannen om in heel België dat niveau te halen is daarentegen nog veraf. Vooral dan in Wallonië waar de best scorende provincie (Waals-Brabant) nog 4,4% onder deze norm zit en de slechtst scorende (Henegouwen) maar liefst 15,5%. Dit staat in scherp contrast waar zelfs het minder goed scorende Limburg slechts 5,1% verwijderd is van dit doel. Uiteraard zijn er dus verschillen tussen de Vlaamse provincies onderling, doch zoals reeds gesteld doen de Waalse provincies het algemeen genomen minder goed dan de Vlaamse – die ook minder vaak slechter scoren dan het EU gemiddelde.

Voor het AK-VSZ en zovelen anderen wederom reden te meer om de staatsstructuur aan te passen aan de socio-economische realiteit van het land: geef Vlaanderen en Wallonië de hefbomen om te werken aan hun eigen problematieken op de door hun gekozen manier!

Voor meer details en de volledige studie kunt u hier terecht.

Wetsontwerp Vandenbroucke inzake artsencontigentering blijft in het vage!

1997: Franstaligen en Nederlandstaligen sluiten een federaal akkoord af met betrekking tot het aantal artsen dat in de toekomst een Riziv-nummer zal krijgen. Dit is de zogenaamde contingentering. Vlaanderen schikte zich meteen netjes naar deze afspraak en organiseert een ingangsexamen zodat de studenten na een lange, zware studie de garantie hebben aan de slag te kunnen. De Franstaligen daarentegen… zij keken liever de kat uit de boom. Met hun ‘système de lissage’ hebben ze al meermaals een voorschot genomen op de toekomstige Riziv-nummers, met als gevolg dat er momenteel meer dan 1.500 Riziv-nummers in overtal aan Franstalige afgestudeerde artsen en tandartsen zijn uitgereikt. Of 30 % meer Franstalige artsen actief in verhouding tot de bevolkingsaantallen en zelfs 43 % meer specialisten dan in Vlaanderen!

2022: Minister Frank Vandenbroucke tracht dit dossier op te lossen, MAAR:

  • Uit de tekst en de voorgestelde communautaire verdeelsleutel van de artsenquota kan niet opgemaakt worden welke communautaire verdeelsleutel de Planningscommissie in de toekomst zal hanteren voor de verdeling van de artsenquota.
  • Het verschil in ‘activiteit’ van de artsen in beide gemeenschappen wordt blijkbaar volgens de tekst gebruikt om de klassieke 60 N/40 F bevolkingssleutel te wijzigen, doch het gewicht van die parameter en van andere parameters wordt nergens vermeld.
  • Uit de tekst en de voorgestelde communautaire verdeelsleutel wordt evenmin duidelijk of het opgebouwde overtal Franstalige artsen zal gecompenseerd worden door een even grote vermindering van Riziv-nummers in de toekomst.

Aangezien die twee ontbrekende elementen de criteria zijn waarmee wij een rechtvaardige verdeling van de artsenquota kunnen beoordelen, ontbreekt voor de Vlamingen de basis om dit wetsontwerp gunstig te kunnen beoordelen.

Het valt ons bovendien op dat de Raad van State in zijn advies op p. 30 een merkwaardige zin schrijft: “2. De afdeling Wetgeving beschikt niet over toereikende feitenkennis om de relevantie te kunnen beoordelen van de gegevens die vervat zijn in de formele adviezen 2022-01 en 2022-04 van de Planningscommissie, die als basis gediend hebben voor het bepalen van de quota die in de artikelen 5 en 6 staan en kan bijgevolg niet oordelen of het gehanteerde aantal wel strookt met de behoeften inzake medisch aanbod. Ter zake moet de afdeling Wetgeving dan ook een voorbehoud formuleren.”

Door dit gemis aan transparantie kunnen we enkel maar onze eis herhalen om de volledige gezondheidszorg te communautariseren. Dat is immers de enige garantie op rechtvaardigheid, eigen verantwoordelijkheid én een gezondheidsbeleid op maat.

AK-VSZ voorzitter Jürgen Constandt krijgt Orde van de Vlaamse Leeuw

Op 1 juli reikte de Orde van de Vlaamse Leeuw, een Vlaamse vereniging opgericht in 1971, in Aalst het gelijknamige ereteken de Orde van de Vlaamse Leeuw uit. Burgemeester Christoph D’Haese verwelkomde de talrijke aanwezigen in de Stadsfeestzaal

Laureaat van de Orde van de Vlaamse Leeuw 2022 is Jürgen Constandt. Prof. Matthias Storme, voorzitter van de Orde sinds 1998, overhandigde hem het zilveren plaquette. In zijn laudatio lichtte Storme eerst toe dat de Orde van de Vlaamse Leeuw sinds 1971 jaarlijks wordt toegekend ter erkenning van verdiensten in verband met een consequente en kordate houding in de sociale en culturele ontvoogding van de Vlaamse gemeenschap, prestaties die de integratie van de Nederlanden bevorderen naast acties en initiatieven met het oog op de uitstraling van de Nederlandse taal en cultuur.

Prof. Storme motiveerde de keuze voor Jürgen Constandt. Als algemeen directeur bouwde Constandt het Vlaams & Neutraal Ziekenfonds (VNZ) van een kleine speler met ca. 10.000 leden en 20 medewerkers constant verder uit tot een bloeiende organisatie met bijna 130.000 verzekerden en 150 personeelsleden. In de lente van dit jaar werd hij voorzitter van de mutualiteit die als enige in Vlaanderen jaar na jaar de scheefgroei tussen Noord en Zuid in de sociale zekerheid aankaart en aanklaagt. Dat doet hij ook als voorzitter van het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid. Bovendien steunt de laureaat in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen met het VNZ talrijke initiatieven ter ondersteuning van de Nederlandse taal en de sociaal-culturele ontvoogding van Vlaanderen.

Storme vestigde de aandacht op het dubbel spoor dat Jürgen Constandt steeds heeft gevolgd, namelijk:

– zowel een strijd voor de verandering van de structuren en de bevoegdheden, in het bijzonder voor een Vlaamse sociale zekerheid, en meer algemeen voor een volledige Vlaamse autonomie; – als een intussen zover mogelijk roeien met de riemen die je hebt, binnen de bestaande structuren werken om deze om te buigen in de juiste richting en in te zetten voor de goede zaak: Beide sporen komen eigenlijk samen in de geniale oneliner die je lanceerde: “Splits zelf de sociale zekerheid. Word lid van het Vlaams Ziekenfonds”. Daarmee herinner je de Vlamingen aan de dubbele boodschap: jazeker, de structuren moeten veranderen; maar ook: je kan er intussen wel zelf iets aan doen.”

In zijn dankwoord hamerde Jürgen Constandt op het belang van een rechtvaardige gezondheidszorg: toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg, afbouw van geldstromen tussen Vlaanderen en Wallonië, aanvechten van overdreven ereloonsupplementen en voldoende werkingsmiddelen voor zorg en welzijn. Verder betrok hij alle medewerkers en bestuurders van het Vlaams & Neutraal Ziekenfonds, de leden van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen en het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid, de vrienden van Pro Flandria en Marnixring, en zijn naaste familieleden in zijn bekroning. “Het is immers een gedeelde erkenning. Het is van mijn kant niet meer dan rechtvaardig om hen deel te laten uitmaken van deze bekroning. En rechtvaardigheid staat altijd voorop. Zo hoort Vlaanderen ook te zijn.” besloot de laureaat.

De uitreiking van de Orde van de Vlaamse Leeuw kadert binnen de 11-daagse Vlaanderen Feest! ter gelegenheid van de Vlaamse feestdag. De laatste jaren ging het ereteken naar Bart Maddens, Cyriel Moeyaert en Romain Vanlandschoot. Sedert 2002 wordt de uitreiking georganiseerd in samenwerking met de Beweging Vlaanderen-Europa. Voorzitter An De Moor wenste de aanwezigen voor binnenkort alvast een “heerlijke Vlaamse feestdag” toe“ met naar aanloop daarvan – als vastberaden Vlaamse volk en helemaal in de stijl van onze laureaat van vandaag – een blijvende verontwaardiging tegen alle stappen en plannen naar een herfederalisering toe, voor het niet aanvaarden van het status quo als levensvisie en voor een kritische maar constructieve en immer progressieve inzet voor een zelfstandig Vlaanderen. De juiste weg is die van de assertiviteit: zelfbewust maar open. Laten we samen en zelfbewust die toekomst tegemoet treden”.

IJsbrand, tweede laureaat van de 12de Nekka-wedstrijd (2022) zorgde voor gesmaakte Nederlandstalige muzikale intermezzo’s. Karim Van Overmeire, eerste schepen in Aalst, sloot de geslaagde avond af.

Minister Vandenbroucke te vinden voor regionalisering gezondheidsbeleid

In een interview met De Morgen liet federaal Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) enkele opmerkelijk uitspraken optekenen die het AK-VSZ best goed kan smaken. De Minister stelt onder andere dat gezondheid “enorm plaatsgebonden” is en dat overeenstemming over dit feit België in de startblokken zet voor “heel veel decentralisatie”. Minister Vandenbroucke stelt dan ook geen probleem te hebben met een pleidooi voor regionalisering, zolang het debat gevoerd wordt rond hoe je een moderne gezondheidszorg organiseert. Ook dat de zesde staatshervorming allesbehalve ideale resultaten op heeft geleverd, geeft de Minister toe: “De waarheid is dat we daar helemaal niet van vertrokken zijn in het voorbije rondje, de zesde staatshervorming. Het is wel zo gegaan: er moesten voldoende min of meer vette vissen zijn. Hier een miljard, daar een miljard, nul visie. Resultaat: een poespas die zeer moeilijk bestuurbaar is. Tijdens de coronacrisis hebben ik en mijn collega-ministers van Volksgezondheid en Welzijn de boel bijeen moeten houden door een ongelooflijke investering van vriendschap en tijd.”

Waar het potentiële probleem ligt bij meer regionalisering is Vandenbroucke ook duidelijk: “We hebben vooral veel ministers van Gezondheid langs Franstalige kant. In Vlaanderen is er enkel Wouter Beke, dat is redelijk overzichtelijk. Het probleem zit aan de andere kant. Als de Franstaligen hun huiswerk zouden doen, zou het al veel overzichtelijker zijn – en ik denk dat ze dat ook weten.”

Lees hieronder het hele artikel uit De Morgen van 4 april:

Interview. Minister Frank Vandenbroucke (Vooruit) kijkt terug op het coronabeleid

Exact anderhalf jaar geleden stapte Frank Vandenbroucke, als surprise du chef, weer de politiek en de regering in. Al die tijd was hij vooral minister van Coronazaken. Hoe kijkt hij terug? ‘We zijn veel te zelfgenoegzaam over de resultaten van de boostercampagne.’

‘Corona is nog niet voorbij”, zo waarschuwde minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke vorige week nog. De cijfers geven hem gelijk: de opname van coronapatiënten in het ziekenhuis tikt weer aan, sommige klinieken moeten alweer niet-dringende zorg uitstellen. Toch lijken de woorden van Vandenbroucke, of infectiologe Erika Vlieghe elders, weg te waaien in de wind. Wie nu nog voorzichtigheid bepleit, is een angstzaaier, zo lijkt de nieuwe consensus te zijn. 

Het deert de minister niet. “Ik ben er niet zo gerust op, we mogen echt niet vergeten dat er nog een virus rondgaat”, zegt Frank Vandenbroucke. “We zullen nog een tijdje in code geel zitten en dat mag niet zonder betekenis zijn. Er is in de huidige context de neiging om te zeggen dat voorzichtigheid een individuele verantwoordelijkheid is. Ik ben het daar maar half mee eens.”

Hoezo? 

Vandenbroucke: “We moeten ook een beleid voeren dat zorgt voor een veilige omgeving. Dan heb ik het bijvoorbeeld over binnenlucht. Vandaar dat we in de regering werk maken van een ventilatiebeleid. Op een bepaald moment moeten zaken een label kunnen krijgen voor de luchtkwaliteit die ze garanderen. Een bordje dat ze op kunnen hangen om te tonen: hier is het veilig.”

Moet zo’n label dan gevolgen hebben?

“Dat is niet voor meteen, maar in de toekomst wel. Stel je voor dat we over een aantal jaren opnieuw een virus hebben dat in aerosolen in de lucht blijft hangen. Dan zou je nooit meer een hele sector moeten sluiten. Zaken met een label voor goede luchtkwaliteit zouden dan open kunnen blijven. In de coronabarometer hadden we trouwens al stappen in die richting gezet. In code oranje en code rood hing de maximale bezetting van een zaal deels af van de ventilatie.”

Mochten we vandaag die barometer trouw volgen, dan zaten we misschien in oranje in plaats van geel?

“Vandaar dat ik altijd gezegd heb dat je ook met de barometer altijd een politieke afweging moet blijven maken. De barometer geeft twee signalen: de bezetting op intensieve zorg en de ziekenhuisopnames. Voor de hospitalisaties zit je in rood. Maar op intensieve zitten we zonder twijfel in geel. Mijn oordeel is dat we niet voor een explosieve ontwikkeling staan.”

In veel ziekenhuizen stijgt de druk wel weer.

“Het is moeilijk in een aantal ziekenhuizen, dat klopt. En het is goed dat mensen dat zouden beseffen. Dat heeft niet alleen met covid te maken, ook met de griep die tezelfdertijd rondgaat, en uitval van zorgpersoneel. Het is een reden om voorzichtig te zijn, maar niet om morgen weer naar oranje te gaan. Mocht de situatie nu sterk verslechteren, dan komt oranje wel weer op de agenda.

“Er gaat heel veel virus rond en je kan niet uitsluiten dat we binnen een aantal maanden toch nog een echte golf krijgen. Paraatheid is de boodschap. En dat wil zeggen dat we dingen als een Covid Safe Ticket, of testing en tracing, nog niet naar het containerpark moeten brengen.”

U bent een van de weinige politici die het CST nog verdedigt. Waarom eigenlijk?

“U mag niet onderschatten hoe belangrijk het CST was als motivatie om zich te laten vaccineren. Zodra het CST niet meer verplicht was, is de vaccinatie stilgevallen. Mensen in de vaccinatiecentra zullen u bevestigen dat op dat moment opeens allerlei reservaties geannuleerd werden.

“We hebben in België het effect van het CST op de vaccinatie niet heel goed gezien, omdat de vaccinatiecampagne al goed op gang was gekomen zonder die coronapas en we dat ticket ook maar aarzelend hebben ingevoerd. Maar het is bijzonder opvallend dat het einde van het CST samenviel met het einde de vaccinatiecampagne.”

Hoeveel mensen hebben zich daardoor niet laten vaccineren?

“Ik kan daar geen getal op plakken, maar ik heb de Taskforce Vaccinatie wel gevraagd om dat eens van dichtbij te bekijken. In ieder geval is het jammer dat het CST niet nog iets langer in gebruik bleef, dat had de boostercampagne gesteund. Want in alle eerlijkheid: we hebben te weinig boosterprikken gezet. We zijn daar veel te zelfgenoegzaam over. 61 procent van de hele bevolking is geboosterd, ongeveer 75 procent van de volwassenen. De vervelende waarheid is dat dat objectief te weinig is. Het is een van de redenen waarom ik het CST nog niet meteen zou weggooien. We zijn veel te zelfgenoegzaam over de resultaten van de boostercampagne. Die zijn niet goed genoeg, sorry.” 

Als covid in de herfst weer toeslaat en het CST dan heringevoerd wordt, moet je mensen wel eerst de tijd geven om zich te laten vaccineren. Dat wordt lastig.

“U hebt gelijk. Het blijft een moeilijke koers. Ook omdat we nog niet helemaal zeker weten welk vaccinatiescenario we het komende jaar moeten volgen. Er komt wellicht een tweede booster voor onder meer zorgpersoneel en ouderen, maar er is twijfel over een nieuwe prik voor de hele bevolking. Wat ik vervelend vind, is dat alle Europese landen weer hun eigen ding doen. Dat creëert verwarring. Als we samen vaccins aankopen en marktvergunningen uitdelen, laat ons dan ook samen bepalen hoe we die vaccins gebruiken.”

Veel mensen krijgen door het CST net een afkeer van het coronabeleid.

“Wie zegt dat? Ik heb dat nog nooit meegemaakt. Misschien zijn er zo mensen, maar is die coronapas nu echt zo verschrikkelijk?”

Veel mensen vinden dat de overheid niet met een vaccin mag bepalen wie er op café mag.

“Dat is toch een vreemd debat? Er zijn zoveel dingen waar een overheid zich in moeit. Vergelijk het met het verkeer. Verkeer creëert vrijheid, doordat je in de auto kan stappen. Maar die vrijheid komt tot stand door veel regeltjes, die ook verhinderen dat sommige mensen achter het stuur van een auto gaan zitten.

“Waarom vinden we het zo verschrikkelijk dat er regels zijn over hoe je je gedraagt wanneer er zoveel virus rondgaat? Dat virus is voor sommige mensen dodelijk, hé. En het tast de gezondheidszorg aan. De vraag is of het proportioneel is om het te gebruiken en dat is de reden dat we ermee gestopt zijn. In code geel is het niet heel proportioneel, het brengt dan niet genoeg bij.”

In code oranje wel?

“Absoluut, daar is geen enkele twijfel over. Maar ik ben niet getrouwd met het CST. Het gaat mij om het idee dat je voor elkaar zorgt. En het CST laat toe dat ook kwetsbare mensen kunnen blijven rondlopen als er veel virus rondgaat. De vraag is of je inzit met kwetsbare mensen. De socialisten wel.”

Moeten we de ziekenhuisorganisatie niet herdenken voor een nieuwe golf in het najaar? We komen nu al in moeilijkheden.

“Een van de delicate vragen is of we bij een nieuwe golf zwaar zieken niet in sommige ziekenhuizen moeten concentreren in plaats van ze overal te verspreiden. Ziekenhuizen vertrekken nog te vaak van het IKEA-principe: ‘Ik kan in mijn eentje alles’. Daar moeten we van af.

“Maar er zijn helaas geen wonderoplossingen. Het gaat niet alleen om capaciteit op intensieve zorg maar ook om verplegers. We denken soms dat we om het even welke verpleger op intensieve kunnen inschakelen, maar dat klopt niet. Die mensen hebben heel specifieke routines. Ook in de eerste lijn is er werk voor de boeg. Daar moeten we bijvoorbeeld zorgen dat psychologen in de dokterspraktijken zitten, om de huisartsen te kunnen bijstaan.”

Dat klinkt niet als iets dat tegen de herfst van 2022 klaar raakt.

(fijntjes) “Toch wel. Het is een van onze belangrijkste werven: we mankeren in dit land een goed uitgebouwde geestelijke gezondheidszorg. We moeten werken aan geestelijke volksgezondheid. Maar we gaan dat niet doen met het klassieke model van vijftig jaar geleden, met een algemene arts die zit te wachten op een patiënt die met een probleem komt. Het moet mogelijk worden dat een huisarts een consultatie doet samen met een klinisch psycholoog. Dat vraagt tijd, maar tegen de herfst moeten we wel al stappen zien.”

Als u echt werk wilt maken van geestelijke volksgezondheid, zal er niet enkel tijd maar ook geld nodig zijn. Psychologen kosten nog steeds veel geld.

“Geld is op dit moment niet mijn belangrijkste probleem. We hebben een budget van 152 miljoen voor de psychologische zorg in de eerste lijn en dat is nog lang niet helemaal uitgerold. De knelpunten liggen elders: organisatie, overleg, overtuiging om de hervorming door te kunnen voeren.

“Maar ik ben zeker niet euforisch. De budgetten zullen structureel niet voldoende zijn en we hebben een historische achterstand in te halen. Geestelijke gezondheidsproblemen nemen zwaar toe. En er is covid geweest, dat zeker bij kinderen en jongeren een aantal problemen zeer sterk geaccentueerd heeft.”

Bij corona is nog maar eens gebleken hoe ingewikkeld dit land georganiseerd is. CD&V komt met het idee om gezondheidsbeleid helemaal te splitsen. Hoe denkt u daarover?

Gezondheid is enorm plaatsgebonden. Als we het daarover eens zijn, zijn we klaar voor heel veel decentralisatie. En dat kan gerust samengaan met een solidaire financiering op federaal niveau. En uiteraard moet het geneesmiddelenbeleid centraal aangestuurd blijven.

“Maar ik heb geen enkel probleem met een pleidooi voor regionalisering. Al zou het goed zijn als de discussie over gezondheidszorg niet vertrekt vanuit axioma’s over staatsvorming, ook al weet ik dat die politiek enorm wegen. De vraag is: hoe organiseer je een moderne gezondheidszorg?

“De waarheid is dat we daar helemaal niet van vertrokken zijn in het voorbije rondje, de zesde staatshervorming. Het is wel zo gegaan: er moesten voldoende min of meer vette vissen zijn. Hier een miljard, daar een miljard, nul visie. Resultaat: een poespas die zeer moeilijk bestuurbaar is. Tijdens de coronacrisis hebben ik en mijn collega-ministers van Volksgezondheid en Welzijn de boel bijeen moeten houden door een ongelooflijke investering van vriendschap en tijd.”

Die energie was beter ergens anders aan besteed.

“Precies, maar is het wel nog gelukt. Op zich was dat al opmerkelijk. Het is dus niet totaal onbestuurbaar. Maar er is niemand die zegt dat die staatshervorming in gezondheidszorg goed was.”

Door te regionaliseren ga je niet minder ministers rond de tafel krijgen. Juist dat was een probleem in de coronacrisis.

“Wacht even. We hebben vooral veel ministers van Gezondheid langs Franstalige kant. In Vlaanderen is er enkel Wouter Beke, dat is redelijk overzichtelijk. Het probleem zit aan de andere kant. Als de Franstaligen hun huiswerk zouden doen, zou het al veel overzichtelijker zijn – en ik denk dat ze dat ook weten. Maar het klopt: als je verder regionaliseert, ga je ook sterkere coördinatie nodig hebben.”

Na corona is er een nieuwe crisis: koopkracht. U bent minister, econoom en oud genoeg om de crisisjaren zeventig en tachtig meegemaakt te hebben. Gaan we naar een gelijkaardige situatie?

“Ha, mijn eerste paper als student economie heb ik gemaakt over de olieschok van de jaren zeventig. In 1976 was dat, bij de nog jonge professor Paul De Grauwe. (glimlacht) Die keek toen nog wel een beetje anders naar de wereld. Wat ik geleerd heb, is dat je een externe schok in de economie, zoals nu met de energiecrisis, niet helemaal kan wegtoveren met beleid. De schok opvangen is het hoogst haalbare. Dat doe je door de last zo gelijk mogelijk te verdelen, zodat er geen mensen overboord gaan.” 

En? Doet de regering voldoende om de gezinnen te beschermen?

“Vooruit doet haar uiterste best om oplossingen te zoeken. Veel mensen staan onder grote stress. Ik denk dat de regering geen slechte balans kan voorleggen, al ben ik ook hier niet euforisch.”

De werkgevers vragen een indexsprong. 

“We kennen dat voorstel. En het zit niet in het regeerakkoord. Dat is dus niet actueel.”

Is dat een neen?

“Wij hangen niet aaneen van veto’s. Maar de index is wel heel belangrijk als een soort garantie. De onrust die je bijvoorbeeld ziet in Frankrijk heeft veel te maken met mensen die zich aan hun lot overgelaten voelen. Met de index laat je mensen niet aan hun lot over: mensen zijn verzekerd als de prijzen beginnen stijgen. De index houdt de boel bijeen in de samenleving. Dat is belangrijk, zeker als je weet dat deze regering vermoedelijk tot aan de verkiezingen bezig zal zijn met crisismanagement.”

Zal die voortdurende crisissfeer Vivaldi parten spelen in 2024?

“Een van de lessen die ik onthoud uit de jaren tachtig is dat zo’n prijsschok hoe dan ook een verarming is. De vraag is: hoe verdeel je die intern? Ik ben beducht voor wat komen gaat, we gaan naar hele moeilijke economische tijden. De regering zal de bevolking mee moeten nemen en beschermen. Dat zal niet makkelijk zijn. En dus moet iedereen in de regering de focus op de bal houden en niet op de man spelen.”

Staat u in 2024 op een lijst?

“Dat is nog ver van ons verwijderd. Er is nog niets beslist.”

Foto: Eigendom van DG EMPL gedeeld onder CC BY-ND 2.0