“België zal altijd tweeledig zijn (of niet meer zijn)”, dixit voormalig hoofdredacteur van De Standaard, Mark Deweerdt

In een artikel komt voormalig hoofdredacteur van De Standaard en kabinetsmedewerker onder vele excellenties waaronder Yves Leterme, Kris Peeters en Geert Bourgeois, tot dezelfde conclusie als het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid: “België zal altijd tweeledig zijn – of zal op de duur niet meer zijn.” Met andere woorden, het model met vier (of was het nu drie en een half?) is niet levensvatbaar. Zoals Deweerdt het stelt: “Wie denkt dat het ‘model met vier’ dé zaligmakende oplossing is van de Belgische kwestie, vergist zich.” Dit schrijft hij naar aanleiding van de hervorming die plaatsvond bij CM van 19 verbonden over heel België naar twee ziekenfondsen: CM Vlaanderen en la MC.

Het is tenslotte absurd om te denken dat een constructie die zo mogelijk nog kunstmatiger is dan de huidige, kan leiden tot een heldere, eenvoudige staatsstructuur met een performant staatsapparaat. Want, zo citeert Deweerdt Prof. Christian Behrendt (Université de Liège en KULeuven), “als je kiest voor een model zonder gemeenschappen, zul je toch weer allerlei nieuwe regels en uitzonderingen moeten verzinnen.” De enige weg naar meer duidelijkheid ligt volgens de auteur dan ook in het model met twee sterke deelstaten: Vlaanderen en Wallonië. Deze deelstaten zouden alle deelstatelijke bevoegdheden (lees: gewest-en gemeenschapsmateries) uitoefenen in de Vlaamse en Waalse provincies. In stadsgewest Brussel oefenen zij, volgens het model geponeerd door Deweerdt, de persoonsgebonden bevoegdheden rechtstreeks uit in Brussel – zonder gemeenschapscommissies. Ostbelgien wordt een stadsgemeenschap na fusie van de negen gemeenten aldaar, “die naast de gewone gemeentetaken ook bevoegd is voor het Duitstalig onderwijs en de Duitstalige cultuur.”

Zo ziet Mark Deweerdt dus heil in een staatshervorming die kiest voor het accepteren van de ‘natuurlijke’ en onvermijdelijke tweeledigheid van België. Hoewel het AK-VSZ voorstander is van staatsvorming en niet zozeer staatshervorming, getuigt het model beschreven door Mark Deweerdt in dit artikel tenminste van enige zin voor realisme. Dit in tegenstelling tot de modellen voorgesteld door de politici die pleiten voor vierledigheid.

Het volledige artikel lees je hier.

Wetenschappelijk symposium VAV: Na corona eindelijk een zelfstandig Vlaams gezondheidsbeleid?

Op zaterdag 16 oktober organiseert het Vlaams Artsenverbond (VAV) een wetenschappelijk symposium onder de titel ‘Na corona eindelijk een zelfstandig Vlaamse gezondheidszorg?’ Tijdens dit symposium in het Herman Teirlinckauditorium in Brussel zullen Kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens, Rad De Rycke van Broeders van Liefde, Philippe Vandekerckhove van Rode Kruis-Vlaanderen én Jürgen Constandt als algemeen directeur van het VNZ het woord nemen.

Na een inleiding door VAV voorzitster Lieve Van Ermen, zullen de verschillende sprekers een brede waaier aan thema’s voorstellen. Van de gevolgen die de coronamaatregelen gehad hebben op kinderen en jongeren; de geestelijke gezondheidszorg tijdens en na corona; en de rol van het Rode Kruis Vlaanderen; tot een totaalbeeld van de Vlaamse gezondheidszorg tijdens de pandemie.

Voor het volledige programma en de mogelijkheid om je online in te schrijven kan je hier terecht.

Vrije tribune: Artsencontingentering, na 25 jaar eindelijk een oplossing?

Vandaag publiceerde Doorbraak een vrije tribune van Jürgen Constandt, voorzitter van het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid (AK-VSZ). In zijn betoog schetst Constandt eerst en vooral kort de historiek van het artsencontingenteringsdossier: noch het federale akkoord van 1997, noch de inspanningen van de federale regering kunnen de Franstaligen ertoe aanzetten zich aan de beperkingen te houden wat betreft het aantal afstuderende artsen en tandartsen dat een Riziv-nummer krijgt. Het resultaat? Vandaag zijn er “meer dan 1500 Riziv-nummers in overtal aan Franstalige afgestudeerde artsen en tandartsen uitgereikt.” Dit wil zeggen dat er tot 30% meer Franstalige artsen actief zijn relatief tot de bevolkingsaantallen en 42% meer specialisten dan in Vlaanderen. Onacceptabel.

In 2017 voerde men ook voor Franstalig België – met veel tegenzin – een toelatingsproef in. Aan het resultaat veranderde er echter weinig… Voor het academiejaar 2021-22 liet men wederom dubbel zoveel studenten toe tot de opleiding dan voorzien in de contingentering. Zullen ook deze overschotten door de bevoegde federale ministers geregulariseerd worden, zoals in het verleden reeds gebeurde? De beloftes van een echt responsabiliseringsmechanisme in 2022 van Minister Vandenbroucke worden dan ook met een kritische blik onthaald in Vlaanderen.

De oplossing volgens Constandt en het AK-VSZ: Een splitsing van de sociale zekerheid – de beste en enige garantie op eigen verantwoordelijkheid en op een beleid op maat van de eigen, Vlaamse inzichten en noden.

De volledige vrije tribune kun je hier lezen.

AK-VSZ moedigt federaal minister Lalieux aan om pensioenplannen door te voeren

“Het siert Wallonië dat ze hun eigen sociale zekerheid vorm geven. Vlaanderen doet best hetzelfde.”

Mechelen, 5 september 2021 – Het AK-VSZ steunt de pensioenplannen van federaal minister Karine Lalieux. Maar wel met dit verschil dat Wallonië dan ook zelf zijn pensioenpijler organiseert. “Dit is de beste route naar een eigen Vlaamse sociale zekerheid”, stelt Jürgen Constandt, voorzitter van het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid. “Wallonië mag zijn eigen klemtonen leggen gebaseerd op de plannen van hun PS-minister. Vlaanderen kan dan
zijn eigen keuzes maken. Realistische keuzes met zicht op de toekomst en met pensioenplannen die de toekomstige generaties niet met onbetaalbare facturen opzadelen.”

Het AK-VSZ is verheugd dat Wallonië kleur bekent. “Met dit plan koppelt de federale minister de pensioenrechten los van de effectief gepresteerde arbeid”, stelt het AK-VSZ vast. “Pensioen is dus niet langer een pensioen maar een universeel basisinkomen voor 65-plussers. Voor ons is het perfect verdedigbaar dat minister Lalieux dit principe huldigt, maar dan moet Wallonië zelf opdraaien voor de factuur ervan. De vraag is of dat überhaupt haalbaar is met een werkgelegenheidsgraad van 63 %. De minister ziet de betaalbaarheid enkel mogelijk als die Werkgelegenheidsgraad 80 % bedraagt. Hoe ze dat wil bereiken met een systeem waarbij minimaal één derde gewerkt wordt gedurende 10 jaar als volle loopbaan te bestempelen die recht geeft op een minimumpensioen van 1.500 euro, is nog maar de vraag. Maar dat moet geen zorg zijn voor Vlaanderen. Wij moeten gewoon het recht hebben om onze eigen pensioenplannen te schrijven die uitgaan van de sterktes van Vlaanderen en die ervoor zorgen dat toekomstige generaties niet opdraaien voor het wanbeleid van de huidige. Als men over solidariteit wil spreken dan moet die solidariteit ook tussen de generaties spelen. En als we over generaties spreken dan spreken we over een langere periode dan tussen nu en de verkiezingen in 2024. De plannen van minister Lalieux zijn geschreven voor de huidige generatie van PS-politici die de verkiezingen van 2024 willen overbruggen en die de steeds heter wordende adem van de PVDA/PTB in de nek voelen. Dat is de ware invulling van de pensioenplannen van minister Lalieux. Dat is haar brugpensioenplan.”

AK-VSZ wil alvast dat de Vlaamse partijen nu duidelijk kleur bekennen. “Deze plannen hypothekeren onze toekomstige generaties. De factuur is onbetaalbaar. Economisten zijn het daar roerend over eens. We zitten op de Titanic en varen met een rotvaart op de ijsberg af. Zelfs de vergrijzingscommissie uit zijn bezorgdheid. Als Vlaamse politici die deze regering overeind houden nu niet inzien dat zij met de toekomst van hun eigen kiezers gokken, dan
zijn ze niet beter dan het orkest op de Titanic. Die bleven inderdaad tegen beter weten in een vrolijk deuntje spelen om de gemoederen te bedaren, terwijl het water genadeloos de Titanic de diepte introk. Onze vraag is dan ook duidelijk aan de Vlaamse bewindslieden. Neem jullie verantwoordelijkheid en geef de Vlaamse sociale zekerheid vorm. Op die manier zullen onze kinderen en hun kinderen op termijn een pensioen hebben om van te leven. Dat is vandaag niet langer gegarandeerd met deze plannen.

Als afsluiter een tabel met de hoogte van de wettelijke pensioenen, gemeten als percentage
van het loon tijdens de loopbaan.

Lage inkomensGemiddelde inkomensHoge inkomens
België70.766.248.3
Nederland78.080.278.5
Netto vervangingsratio (verhouding tussen het netto pensioenbedrag en het gemiddelde nettoloon vóór het pensioen)
(OESO, ‘Pensions at a glance’, 2019)

Waar wacht Vlaanderen op om de Vlamingen te verzekeren van een leefbaar pensioen?

Zijn de overlevingskansen bij corona hoger in Vlaamse ziekenhuizen?

De cijfers werden in de pers hier en daar reeds besproken. De interpretatie en teneur is verschilt van krant tot krant, maar de conclusie is duidelijk: in Vlaanderen is 16,5 procent van de  coronapatiënten in het ziekenhuis overleden, in Wallonië is dat 20,4 procent en in Brussel 18,2 procent. Voor de cijfers op intensieve zorgen zien we dezelfde tendens:  In Vlaanderen overleed 30,6 procent van de coronapatiënten op intensieve, in Wallonië is dat 40,9 procent en in Brussel 39,6 procent.

Dat gezegd zijnde moet men hier natuurlijk ook de socio-economische verschillen en de verschillen algemene gezondheid die hieruit voortvloeien mee in rekening brengen. De mortaliteit voor andere aandoeningen ligt voor sommige andere aandoeningen ook hoger in Wallonië en Brussel dan in Vlaanderen, aldus Dr. Coenye van het Sint-Jan ziekenhuis in Brussel.

De weigerachtigheid waarmee Sciensano de cijfers vrijgaf en het feit dat men de communautaire verschillen koste wat kost tracht te vermijden door de cijfers enkel per provincie vrij te geven, is weliswaar wel kenmerkend voor de manier waarop met zulke problematiek omgesprongen wordt in België. Alles wat duidt op verschillen tussen de deelstaten, moet waar mogelijk onder de mat geveegd worden. Liever dat, dan te leren uit deze verschillen en de staatsstructuur eraan aan te passen.

Ook in Doorbraak werd deze problematiek besproken, u kunt hier het artikel lezen.

OVV verkiest Kurt Moons als nieuw voorzitter

Op 8 juli maakte het OVV bekend dat Kurt Moons unaniem werd verkozen tot nieuw OVV-voorzitter. Hij neemt de fakkel over van Paul Becue, die de laatste 6 maanden ad interim het voorzitterschap waarnam en ondervoorzitter blijft.

Kurt Moons is bedrijfsleider en was de voorbije 9 jaar voorzitter van Pro Flandria, het netwerk van Vlaamse ondernemers en academici dat als onafhankelijke denktank zich richt op ondernemerschap, waarden en normen en regionaal zelfbestuur. Hij is gehecht aan ware democratische besluitvorming en deugdelijk bestuur, wat voor hem de noodzakelijke voorwaarde vormt voor het verzekeren van de welvaart en het welzijn van de huidige en toekomstige Vlaamse generaties.

Samen met een nieuwe bestuursploeg zal Moons de taak op zich nemen om met het oog op de volgende nationale en regionale verkiezingen in 2024, de Vlaamse Beweging en haar strijd voor Vlaamse staatsvorming op een positieve en constructieve manier terug in de kijker te plaatsen.

In aanloop naar de jaarlijkse Vlaams-nationale feestdag op 11 juli roept het OVV de Vlaamse politieke partijen en de voltallige Vlaamse Beweging dan ook op om een gemeenschappelijk draagvlak te creëren voor meer Vlaams zelfbestuur.

Het AK-VSZ verwelkomt Kurt Moons alvast als nieuw voorzitter van het OVV en kijkt uit naar een vlotte samenwerking voor meer Vlaams zelfbestuur.

AK-VSZ voorzitter Constandt zal 11 juli viering Mortsel toespreken

Op de 11 juli viering in Mortsel zullen feestvierders niet enkel kunnen genieten van een heerlijk ontbijt en het muzikale talent van Pieter en Tine Embrechts, doch ook een toespraak van AK-VSZ voorzitter Jürgen Constandt staat op het menu! Het thema zal niet verbazen: ‘Naar een Vlaamse sociale zekerheid?’

De lezing bijwonen is gratis en inschrijven kan op voorhand via tickets.mortsel.be.

Voor meer over de 11 juli activiteiten in Mortsel kun je hier terecht.

Vlaams Artsenverbond roept federale regering op contingenteringsregels te handhaven

Het debat omtrent het contingenteringsvraagstuk woedt ondertussen reeds jaren, nu laait het conflict weer op na bericht dat de regering De Croo een ingrijpende wijziging van de artsencontingentering plant. Het Vlaams Artsenverbond (VAV) – een onafhankelijke vereniging van en voor Vlaamse artsen zonder partijpolitieke binding – interpelleert de federale regering nu met een open brief.

In de brief stelt het VAV dat indien het plan, zoals geschetst in een recent artikel in De Standaard, gerealiseerd wordt, de medische consumptie fors dreigt te stijgen en de kwaliteit van de opleidingen aangetast dreigt te worden. Het VAV is van mening dat de idee om de berekeningswijze van de historische overschotten en tekorten te wijzigen zodat er ruimte komt voor grotere contingenten de Vlaamse Gemeenschap zou straffen voor het jarenlang naleven van de regels en de Franse Gemeenschap zou belonen voor het negeren ervan.

Zoals bekend is, zit de kern van het probleem bij de historische scheeftrekking tussen de Vlaamse en de Franse Gemeenschap. De deelstaten zijn immers verantwoordelijk voor de opleidingen geneeskunde en tandheelkunde en de bijhorende invulling van de federale artsenquota. Vlaanderen voerde reeds in 1997 een toegangsexamen in voor artsen en tandartsen en hield zich aan de vastgelegde federale artsenquota. Dit in tegenstelling tot de Franse Gemeenschap die eerst in 2017 een examen inlaste en aldus een immens overschot opbouwde.

Dat gezegd zijnde, lost ook de invoering van het toegangsexamen het probleem niet op. De Franse Gemeenschap laat immers elke kandidaat die voor het examen slaagt aan de opleiding beginnen, in Vlaanderen krijgen enkel diegenen die hoog genoeg scoren om binnen het quota te vallen toegang tot de opleiding. Door het aanhoudend overschrijden van de quota, dreigden sommige afgestudeerden in Franstalig België geen RIZIV-nummer te krijgen (wat nodig is om het beroep van arts uit te oefenen). In 2014 kwam toenmalig Minister van Volksgezondheid De Block met een oplossing: de overtollige laatstejaars studenten zouden alsnog een RIZIV-nummer krijgen, op voorwaarde dat de contingentering voortaan gerespecteerd zou worden en het overtal aan studenten zou gecompenseerd worden over de komende jaren. Hoewel deze groep studenten hun RIZIV-nummers uiteindelijk kregen, werd de andere kant van het akkoord niet nageleefd – de Franse Gemeenschap bleef de quota overschrijden, ook met toegangsexamen. Door de aanhoudende oneerlijke situatie en de onmacht van de federale regering om in te grijpen, overschrijdt ook de Vlaamse Gemeenschap sinds kort de quota.

Het Vlaams Artsenverbond is een organisatie die het standpunt van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV) omtrent de sociale zekerheid onderschreef en zelf eveneens streeft naar de realisatie van een autonome Vlaamse gezondheidszorg als onderdeel van een autonome Vlaamse sociale zekerheid en op termijn de volledige autonomie van de Vlaamse Gemeenschap. De webstek van het VAV vind je hier.

AK-VSZ in de schijnwerpers van ONAF

Vandaag stond het AK-VSZ in de maandelijkse uitgave van het magazine ONAF dat uitgaat van de Vlaamse Volksbeweging even in de schijnwerpers. In een uitstekende editie met veel nieuws over de activiteiten van de VVB in het buitenland, de Koerdische ontvoogdingsstrijd, de Brusselse staatsschuld, en nog veel meer – stond een mooi profiel van het Aktiekomitee.

ONAF geeft in hun artikel tekst en uitleg bij de activiteiten van het AK-VSZ en schijnt een licht op de recente vernieuwing van het logo alsook de webstek. Ook krijgen de lezers reeds de aankondiging van het AK-VSZ colloquium dat op 12 maart 2022 zal doorgaan van 9-13 uur over het thema “Hoe zien we het Vlaams gezondheidsbeleid naar de toekomst?”

Het volledige artikel kan je hier lezen en voor meer informatie over de Vlaamse Volksbeweging kan je terecht op hun recent vernieuwde webstek: vvb.vlaanderen.

Indien je dit artikel over het AK-VSZ wel kan smaken, raden we je zeker aan lid te worden van de VVB – zo ontvang je elke maand het magazine!

“Voor Vlaanderen is de staatsschuld dé opportuniteitskost van België”, aldus Prof. Geert Jennes

De staatsschuld is vooral sinds de financiële crisis van 2008 en de daaropvolgende Europese staatsschuldcrisis een gevoelig onderwerp. In tijden van volle crisis doch ook vandaag nog bestaan er sterk uiteenlopende meningen over. Professor Geert Jennes (Universität für Angewandte Wissenschaften Osnabrück, VIVES) bevestigde reeds in 2014 in zijn onderzoek het bestaan van transferten van Vlaanderen naar Franstalig België via de staatsschuld. Sinds deze maand werd deze conclusie echter kracht bijgezet daar het voorgenoemde onderzoek verschijnt in Kyklos – een internationaal wetenschappelijk vaktijdschrift met een focus op politieke economie en overheidsfinanciën.

In dit onderzoek komen Prof. Jennes en collega’s tot de conclusie dat Vlaanderen vele jaren van de voorbije decennia maar liefst 3 tot 5% van het Belgische bruto binnenlands product (bbp) naar Franstalig België (Brussel en Wallonië samen beschouwd) heeft overgedragen louter door het bestaan van de grote Belgische federale staatsschuld. 3 tot 5 procent van het Belgische bbp betekent maar liefst 5 tot 8 procent van het bbp van Vlaanderen. Dit komt neer op 13 tot 21 miljard euro per jaar in huidige euro’s, of 1.900 tot 3.300 euro per Vlaming per jaar. Deze grote interregionale transferten uit de federale staatsschuld worden mede veroorzaakt door de hoge interest die België op de staatsschuld betaalt.

Door het verschil in de federale intrestlasten die Vlaanderen effectief heeft gefinancierd (in de vorm van de grote belastingopbrengsten die het welvarende Vlaanderen jaarlijks levert aan de federale kas, waarmee die federale intrestlasten betaald worden) enerzijds; en de federale intrestlasten die Vlaanderen zou hebben moeten financieren als het enkel de intresten had moeten financieren die verschuldigd waren op dat deel van de federale schuld dat in Vlaanderen ontstaan is anderzijds, genereert de interestlast transferten tussen Vlaanderen en Franstalig België – zelfs in jaren met lagere interest.

Zo berekent Prof. Jennes dat tussen 1970 en 2016 (de periode waarvoor de nodige gegevens beschikbaar zijn) Vlaanderen via de Belgische federale staatsschuld cumulatief tussen 2,5 en 5 keer zijn bbp heeft verloren. Kort door de bocht gezegd heeft het hardnekkige bestaan van de grote Belgische federale schuld sinds 1970 Vlaanderen tot nog toe 2,5 tot vijf jaar “voor niets doen werken”.

Als oplossing voor dit probleem stelt Prof. Jennes voor om de belastingautonomie van de Belgische deelstaten te vergroten. Dit zou immers betekenen dat “Franstalig België enkel duurzaam op zichzelf is aangewezen om Vlaanderen qua welvaart bij te benen- zou een voldoende voorwaarde zijn om het wel degelijk bestaande ‘Monster van Loch Ness’ van de massale Belgische begrotingstransferten, voorgoed de kop in te drukken”.

Voor een Nederlandstalige bespreking van het Kyklos artikel, kan je hier terecht.

Ten slotte, delen wij met veel blijdschap mee dat Prof. Geert Jennes één van de sprekers zal zijn op het volgende AK-VSZ symposium dat gepland staat voor 12 maart 2022.